HCM
Hypertrofische Cardio Myopathie

Over HCM
HCM is de meest voorkomende hartafwijking bij de kat.
Het kan bij alle katten en alle kattenrassen voorkomen.
Er kan dus van geen enkel ras zonder meer gesteld worden dat er geen HCM in voorkomt.
Dit gaat helaas ook op voor de Rus en de Nebelung (waarin immers volop genetisch materiaal van de Blauwe Rus aanwezig is).
Inmiddels is wel aangetoond dat (erfelijke) HCM inderdaad ook voorkomt binnen de Rus.
Een toenemend aantal meldingen dat uit binnen- en buitenland bij ons binnenkomt toont daarbij aan dat de ziekte zich de laatste jaren met een redelijk tempo binnen ons ras aan het verspreiden is.


Waar de HCM in ons ras vandaan komt is onduidelijk, en eigenlijk ook niet belangrijk.
We kunnen erover speculeren dat het te maken zou kunnen hebben met (in het verleden) toegevoegd genetisch materiaal van onder meer de Siamees en de Brits Korthaar. Deze rassen hebben beide te kampen met deze erfelijke aandoening.
Naast alle goede genen die deze rassen hebben toegevoegd om de Rus voor uitsterven te behoeden, zouden er ook kwalijke genen, zoals dat voor HCM, kunnen zijn meegekomen. We schieten er echter niks mee op de "schuld" af te schuiven.
We kunnen ook niet voorbijgaan aan het feit dat er ten alle tijden genmutaties kunnen hebben plaatsgevonden, waardoor HCM spontaan in ons ras is ontstaan.
Het gen dat HCM veroorzaakt lijkt vrij gemakkelijk te muteren, waardoor verschillende rassen ieder zo hun eigen specifieke genmutatie hebben.
Er zijn uit onderzoek inmiddels verschillende genen naar voren gekomen die HCM veroorzaken bij de Maine Coon en de Ragdoll.
De onderzoekers gaan ervan uit dat er de komende jaren binnen de verschillende rassen nog een tiental andere HCM-veroorzakende genen zal worden ontdekt. Er zijn hiernaar doorlopend verdere studies gaande.

Erfelijkheid
HCM bij katten is een erfelijke afwijking, net als bij de mens.
Uit onderzoek door onder andere dr. Mark Kittleson en Kathryn Meurs in de Verenigde Staten, waarbij een testpopulatie Maine-Coons en American Shorthairs werd gevolgd, is naar voren gekomen dat HCM autosomaal dominant vererft met een variabele expressie.
Deze vererving wordt wereldwijd ook bij andere rassen geobserveerd.
De afwijking vererft dus niet geslachtsgebonden en een kat met HCM hoeft het gen maar van één van zijn ouders te hebben gekregen.
Daarnaast heeft het ziektepatroon geen vast verloop; de ernst en de snelheid waarmee HCM zich ontwikkelt verschilt per individu.
Waarschijnlijk spelen bij de ontwikkeling van de ziekte meerdere genen een rol (polygenen of "trigger-genen").
Dit betekent ook dat een kat HCM kan vererven zonder zelf verschijnselen van de aandoening te vertonen, en dat de leeftijd
waarop HCM wordt vastgesteld bij een ouderdier niks hoeft te zeggen over de leeftijd waarop de ziekte bij het nageslacht tot uiting zal komen.

Ziektebeeld en –verloop
HCM is een afwijking van de hartspier, die zich uit in een verdikking van de spierwand van vooral de linkerkamer.
Hierdoor verstijft de kamer en is er minder ruimte, waardoor de kamer zich minder goed kan vullen en er minder bloed rondgepompt kan worden. Zowel de werking als de kracht van het hart worden hierdoor minder.
Door de verstijving van de linkerkamer wordt de druk in de rechterboezem van het hart verhoogd, waardoor de kans op trombose en de druk in de longvaatjes toenemen.
De verhoogde druk in de longvaatjes kan leiden tot vochtophoping in de longen en borstkas.
Katten die lijden aan HCM hebben vaak last van benauwdheid, versnelde ademhaling, verminderde eetlust en vermoeidheid.
Eén van de grootste complicaties ontstaat als er zich een stolsel vormt in een van de hartkamers en deze in de bloedbaan terechtkomt.
Vaak loopt deze bloedprop dan vast in de splitsing van de aorta naar de slagaders van de achterpoten, met verlamming van beide achterpoten als gevolg.
Soms ook is het eerste symptoom een plotseling overlijden van de kat.

HCM kent een zeer wisselend verloop; bij de Maine-Coon bijvoorbeeld verloopt de ziekte meestal zeer snel en heftig, resulterend in een vroege dood, vaak al op twee- tot driejarige leeftijd, terwijl de ziekte bij de Brits Korthaar vaak pas veel later tot uiting komt, zelfs nog boven vijfjarige leeftijd.
Veruit de meeste problemen doen zich echter voor tussen drie- en vijfjarige leeftijd, en hoewel HCM zowel bij katers als bij poezen voorkomt, hebben katers vaak op jongere leeftijd al problemen en overlijden daar ook vroeger aan dan poezen.
HCM kan worden behandeld - dat wil zeggen, men kan een kat die eraan lijdt langer een goede kwaliteit van leven bieden -  maar de afloop is altijd dodelijk.

Echografie
HCM onderzoek dient uitsluitend te gebeuren bij een daartoe bevoegd veterinair radioloog (specialist) die beschikt over de daarop toegespitste apparatuur. Deze specialist zal dan met daarop toegesneden apparatuur een zogenaamd echocardiogram maken.
Dit onderzoek is slechts een momentopname omdat de ziekte zich altijd nog in een later stadium kan ontwikkelen.
Er is dan ook geen garantie dat een kat die negatief  is getest op HCM, de ziekte ook daadwerkelijk niet heeft, of vererft.
Met deze momentopname kunnen we echter wel een kat waarbij HCM wordt geconstateerd uitsluiten voor de fok en laten behandelen zodat de kat langere tijd een goede kwaliteit van leven zal houden.
Het verdient dan ook de aanbeveling om fokkatten voor de eerste maal te laten testen rond de leeftijd van één jaar, voordat zij worden ingezet in de fok, en daarna het onderzoek jaarlijks te laten herhalen.
Het wordt afgeraden om poezen te laten testen tijdens de dracht of zoogperiode, omdat dan een vertekend beeld kan ontstaan.
Bij voorkeur worden ook “gepensioneerde” fokdieren nog met enige regelmaat getest op HCM, om zo mogelijke problemen voor het nageslacht nog vroeger te kunnen signaleren.

Gentest
Voor de Maine-Coon en de Ragdoll zijn er inmiddels DNA-testen ontwikkeld waarmee enkele van de genen die HCM bij deze rassen kunnen veroorzaken, kunnen worden opgespoord.
Deze DNA-testen hebben echter alleen betrekking op de tot nu toe gevonden genmutaties.
Uit onderzoek is al gebleken dat HCM door verschillende genen kan worden veroorzaakt, en dus is het mogelijk dat katten die
negatief testen voor een DNA-test, alsnog HCM ontwikkelen onder invloed van een ander afwijkend gen of genen.
Vooralsnog zijn deze testen ook niet geschikt voor andere rassen dan de Maine-Coon en de Ragdoll, omdat HCM waarschijnlijk bij verschillende rassen een verschillende achtergrond heeft.
Hiernaar wordt nog verder onderzoek gedaan. De SBR-RBF hoopt hieraan bij te dragen.

De Rus,de Nebelung, HCM, en de SBR-RBF
Tot voor kort werd er voor onze rassen niets gedaan om te voorkomen dat deze ziekte de rassen net zo in zijn greep krijgt, als dat bij sommige andere rassen het geval is.
Vooral als een erfelijke afwijking minder vaak voorkomt bij een ras, hebben de fokkers ervan er minder aandacht voor, wordt het niet op tijd als zodanig herkend en wordt er minder of geen gericht onderzoek naar gedaan.
Binnen deze rassen werd toen nog niet getest op HCM, en er werd geen onderzoek gedaan naar het veroorzakende gen of de invloed van deze ziekte op de populatie.
De SBR-RBF is al sinds haar oprichting voorvechter van een verandering op dit vlak, en werkt er hard aan meer bewustzijn te creëren omtrent deze ziekte en de actie die de fokkersgemeenschap hierop zou moeten nemen. Gelukkig vindt dit steeds meer gehoor.
De SBR-RBF is kort na haar oprichting een overeenkomst aangegaan met GCS voor standaardisering en certificering van het HCM onderzoek gekoppeld aan een DNA databank, die door het dr. van Haeringen Laboratorium wordt beheerd. 
Op deze manier willen wij graag bijdragen aan onderzoek naar andere HCM veroorzakende genen en dan uiteraard in het bijzonder  die voor de Rus. Uit dit laatste onderzoek zou dan op den duur weer een gentest kunnen worden ontwikkeld, waarmee we nagenoeg geheel kunnen gaan voorkomen dat we dieren met deze ziekte fokken.
Om erachter te komen hoe jij hieraan mee kunt werken, kun je kijken onder het kopje "databank" in het hoofdmenu.

Wij vragen iedereen, zowel fokkers als eigenaren, hier samen met ons de schouders onder te zetten. Beschik je over relevante informatie, of heb je een kat met HCM, meld het ons dan; deze informatie kan waardevol zijn voor het onderzoek.
Tevens blijven wij er sterk op aandringen alle fokdieren jaarlijks te laten testen op HCM middels echografie.
Je vindt een lijst met testadressen onder de desbetreffende link in het menu.