PRA en HC
( Progressieve Retina Atrofie en Hereditary Cataract)

Verkorte versie van "Doorgelicht: Erfelijke Cataract (grauwe staar) en Progressieve Retina Atrofie", Koschka Kourant nr.3/2009

Aanleiding: oproep van
Suomen Venäjänsiniset ry
Halverwege 2009 ontvingen wij een dringende oproep van het Finse
Suomen Venäjänsiniset ry (de Russian Blue Association of Finland) om de bij ons aangesloten fokkers in te lichten over recente ontwikkelingen binnen de Rus in hun land.
De breed council van Suomen Venäjänsiniset ry heeft eind 2008/begin 2009 drie testdagen voor oogonderzoek bij Russen georganiseerd waaraan in totaal 39 katten hebben deelgenomen.
Gedurende deze testmomenten zijn er bij een aantal katten veranderingen in het netvlies gevonden.
Men vermoedt dat deze veranderingen worden veroorzaakt door Progressieve Retina Atrofie (PRA).
Bij één Blauwe Rus werden de klassieke symptomen van PRA vastgesteld. Daarnaast wordt bij 6 andere Russen PRA vermoed.

Tot zij opnieuw worden onderzocht zijn deze 6 katten, die mogelijk beginnende of vroege veranderingen in het netvlies hebben die op deze ziekte wijzen, PRA-verdacht.
Voor meer informatie over PRA bij de Russen in Finland kun je de aankondiging lezen die is uitgegeven door de breed council van de Russian Blue Association van Finland in februari 2009. Je vind deze op de website van de club: www.suomenvenajansiniset.fi *

Wat zorgwekkender is op dit moment, is dat er bij deze onderzoeken in de ogen van veel katten symptomen van erfelijke grauwe staar (HC) werden aangetroffen.
De breed council meldde ons dat bij 22 (!) van de 39 onderzochte katten vertroebelingen in de nucleus van de lens zijn vastgesteld. Volgens Sari Jalomäki (de Finse dierenarts en specialist in ziekten bij huisdieren die het onderzoek uitvoerde) **, hadden 7 van deze katten slechts milde veranderingen; zij stelde echter bij 15 katten significante tot ernstige vertroebelingen
(witte stipjes, waarvan een aantal sterk geconcentreerd in de nucleus van de lens) vast.

Op grond van deze resultaten heeft Jalomäki geconcludeerd dat er in het ras Russisch Blauw twee erfelijke oogaandoeningen voorkomen; HC en PRA, waarvan de staar in het licht van de recente bevindingen de grootste reden tot zorg lijkt.
PRA en HC worden niet veroorzaakt door hetzelfde gen; het gaat hier echt om twee verschillende afwijkingen. HC kan soms echter wèl een gevolg zijn van PRA.
De staar bij de Blauwe Russen in Finland werd volgens de breed council gevonden in verschillende bloedlijnen, waaronder een aantal verschillende Scandinavische en Amerikaanse lijnen, alsook geïmporteerde dieren uit de Noordse landen en Europa.
Er werd bij deze oproep nog geen melding gemaakt over de onderlinge verwantschap tussen de kat met PRA en de PRA-verdachte dieren.

Cataract
Net zoals bij andere diersoorten kan het zicht van de kat aangetast worden doordat de lens ondoorschijnend wordt; dit staat bekend als staar. In principe is cataract uit te leggen als elke vorm van witting of vertroebeling van de lens of het lenskapsel.
Deze witting of vertroebeling blokkeert de lichtinval op het netvlies (de retina) waardoor het zicht vermindert. Als een klein deel van de lens door cataract troebel is geworden, kan het gezichtsvermogen nog redelijk goed zijn. Helaas breiden bijna alle vormen van cataract zich langzaam of snel uit totdat de lens geheel ondoorzichtig is geworden. De pupil wordt dan geheel grijs-wit, en de kat wordt blind aan dat oog. Meestal treedt cataract op den duur aan beide ogen op. Er worden verschillende vormen van cataract onderscheiden:
Congenitaal cataract
Dit type cataract is aangeboren (maar niet persé erfelijk), en komt meestal voor in combinatie met andere aangeboren afwijkingen aan het oog. Het type cataract is vaak langzaam progressief (wordt langzaam erger) en geeft meestal uitgesproken witting van de lens.
Erfelijk cataract
Deze vorm van cataract komt zowel als juveniele vorm voor als in de vorm van seniel cataract. Het begint meestal achteraan op de lens en breidt zich naar voren uit. Zoals de naam al aangeeft ligt deze vorm van cataract besloten in de genen; dieren krijgen de afwijking via hun ouder(s).
Juveniel cataract
Dit type ontstaat vaak al tussen het 1e en 8e levensjaar. Als andere oorzaken uitgesloten zijn (zoals diabetes, bestraling of trauma) is erfelijkheid zeer waarschijnlijk. Juveniel cataract begint vaak aan de buitenzijde van de lens en wordt erger met de tijd.
Seniel cataract (ouderdomsstaar)
Deze vorm van cataract wordt meestal gezien bij oudere dieren en is vaak gelokaliseerd (niet de gehele lens is betrokken in het proces). Het mag niet verward worden met de normale verharding van de lens (sclerose) die bij vrijwel elke kat optreedt bij het ouder worden.
Stralingscataract
Overmatige bestraling van het oog, bijvoorbeeld infrarood-, Röntgen- of gammastraling, maar ook UV-licht, kan cataract veroorzaken.
Alimentair/toxisch cataract
Bepaalde giftige stoffen en sommige voedingsbestanddelen kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van cataract. Ook het gebrek aan bepaalde voedingsstoffen (aminozuren, vitaminen) kan cataract veroorzaken, bijvoorbeeld gebrek aan Taurine. Taurine is een bijzonder zuur, dat tijdens gecompliceerde processen in de levercellen wordt gesynthetiseerd en via de gal wordt uitgescheiden. Katten kunnen het aminozuur Taurine zelf produceren, maar niet voldoende. Een te geringe productie van Taurine als gevolg van ondervoeding of verkeerde voeding leidt bij de kat o.a. tot degeneratieve veranderingen van het netvlies en kan zelfs tot blindheid leiden. Deze vorm van cataract is soms omkeerbaar.
Traumatisch cataract
Door een steekwonde door bijvoorbeeld een doorn, een splinter of een nagel van een andere kat kan cataract ontstaan wanneer de lens of het lenskapsel geraakt wordt. De uitgebreidheid van het cataract is afhankelijk van de diepte van de wond en de snelheid van helen van het lenskapsel. Bij snelle heling kan het cataract beperkt blijven tot een kleine zone en het gezichtsvermogen kan dan onaangetast blijven. Deze vorm komt bij katten het meeste voor.
Secundair cataract
Een laatste vorm van cataract is secundair cataract. Het hoort eigenlijk niet in het bovenstaande lijstje omdat de cataract optreedt als gevolg van een andere (oog-)aandoening en niet als ziektebeeld op zich. Voorbeelden zijn lensluxatie, retinadysplasie en progressieve retina atrofie (PRA).
Het is dan ook aan te raden deze oorzaken uit te sluiten vooraleer men overgaat tot behandeling van het cataract.
Ook diabetisch cataract kan geschaard worden onder het kopje secundair.
Bij diabetescataract stijgt de hoeveelheid suiker in het oogvocht en de lens, deze suiker wordt omgezet in bepaalde stoffen die sterk water gaan aantrekken in de lens. Hierdoor ontstaat er zwelling en dus cataract.
Het (plots) optreden van cataract is dus een goede reden om na te gaan of de patiënt suikerziekte heeft.

Behandeling van cataract
De enige behandeling voor cataract is operatief ingrijpen door het verpulveren en wegzuigen of via incisie verwijderen van de lens, maar tenzij beide ogen aangetast zijn is dit meestal niet wenselijk. Een verharding van de lens, een normaal onderdeel van het ouderdomsproces, wordt soms per abuis aangezien voor staar; een verharding van de lens heeft echter geen invloed op het zicht van de kat.

Progressieve Retina Atrofie
PRA is een verzamelnaam voor een groep erfelijke netvlies (retina) degeneraties.
Het netvlies bevat staafjes en kegeltjes: lichtgevoelige cellen (fotoreceptoren) die de kleur en/of intensiteit van het licht vertalen in een signaal voor de hersenen. Dankzij deze fotoreceptoren kunnen mens en dier zien.
De fotoreceptoren zijn onderverdeeld in twee soorten, namelijk de staafjes en de kegeltjes. De staafjes zijn erg lichtgevoelig, maar kunnen geen scherpe beelden of details doorgeven.
Bovendien zijn staafjes ongevoelig voor kleuren. Met staafjes kun je dus voornamelijk zien bij weinig licht of schemer.
De kegeltjes aan de andere kant, zijn verantwoordelijk voor het zien van kleuren, scherpte en details.
De kegeltjes en staafjes zitten verspreid over het gehele netvlies.
Het aantal staafjes is veel hoger dan het aantal kegeltjes.
Bij PRA degenereert het netvlies: de bloedvaatjes die het netvlies voeden en die afvalstoffen afvoeren, worden dunner en minder talrijk en de staafjes en kegeltjes verdwijnen, bij de meest voorkomende vorm het eerst aan de buitenrand van het netvlies.
Met de vermindering van het aantal fotoreceptoren gaat de kat slechter zien.
Bij de meest voorkomende vormen van PRA sterven als eerste de staafjes, en in een later stadium worden ook de kegeltjes aangetast (Narfström en Nilsson 1986) en het eerste verschijnsel van PRA is dan ook vaak nachtblindheid. De pupillen blijven wijder open staan en vernauwen te langzaam als er met een fel lampje in het oog wordt geschenen.
Het gehele proces verloopt sluipend en pijnloos.

In het eindstadium van PRA treedt soms ook grauwe staar (cataract) op, waardoor de lens op den duur wit wordt. In de eindfase zijn alle fotoreceptoren gedegenereerd en wordt ook het pigment-epitheel dat het oog zijn kleur geeft, aangetast. De kat is dan al volkomen blind.
Veel eigenaren valt het nauwelijks op dat hun kat steeds slechter gaat zien, omdat katten zich uitstekend weten aan te passen aan hun verminderd gezichtsvermogen. De voortschrijding van de aandoening gaat namelijk erg traag waardoor de kat in staat is om steeds meer te vertrouwen op andere zintuigen, zoals snorharen, gehoor en geur. Zodra de eigenaar verhuisd of meubels in het huis gaat verplaatsen, valt vaak pas op dat de kat eigenlijk nauwelijks nog iets kan zien, als de aandoening al in een ver gevorderd stadium is.

Er zijn zeer veel verschillende vormen van PRA bekend, van zich zeer vroeg openbarende vormen die al op zeer jonge leeftijd tot blindheid lijden en dominant vererven, tot recessief verevende vormen die zich op jeugdige leeftijd of juist op late leeftijd openbaren. PRA wordt veelal ingedeeld naar de wijze van vererving.

Erfelijkheid
PRA komt als erfelijke kwaal bij meer diersoorten voor.
Voor katten geldt dat Barnett (1965) al meldde dat PRA voorkwam bij katten van middelbare leeftijd.
Barnett vond vooral PRA bij Siamezen en vermoedde dat de ziekte erfelijk was. Carlile (1981) bevestigde dat vermoeden.
Rubin en Lipton (1973) schreven over retinadegeneratie in twee opeenvolgende nesten Perzische kittens en konden dat al op heel jonge leeftijd (15 weken) vaststellen.
Vreemd genoeg werd deze leeftijd van vaststellen op al 15 weken later nooit meer gemeld.
In 1981 publiceerde Kristina Narfström, in een Zweeds veterinair blad een artikel over het voorkomen van PRA bij Abessijnen.

Er zijn inmiddels twee manieren van vererving voor PRA bekend, met ieder een eigen verschijningsvorm. Er is een dominante vorm die zich al op zeer jeugdige leeftijd openbaart en erg zeldzaam is (staafjes-kegeltjes dysplasie - Barnett, Curtis, 1985), en een recessieve vorm die zich pas op latere leeftijd openbaart (staafjes-kegeltjes atrofie - Narfström 1981).  Zowel deze dominante als deze recessieve vorm van PRA vererven niet geslachtsgebonden, hetgeen wil zeggen dat zowel katers als poezen in gelijke mate getroffen kunnen worden door deze aandoening.
Wanneer een erfelijke aandoening recessief vererft, betekent dit dat een lijder een defect gen van zowel de vader als de moeder moet erven. Dragers, dieren die dus maar één defect hebben geërfd van één van beide ouders, kunnen het defecte gen wel doorgeven aan hun nageslacht, maar zullen zelf niet lijden aan PRA.
Bij de kat komt ook een niet-erfelijke vorm van PRA voor, met daarentegen een alimentaire en/of toxische oorzaak.
Hierbij moet, net zoals bij catataract, worden gedacht aan bijv. Taurinegebrek, straling, en ook een overdosis Enrofloxacine, een veel gebruikt breed-spectrum antibioticum, wordt als oorzaak genoemd. Deze vorm dient uiteraard van de erfelijke vormen te worden onderscheiden. Het is nog niet duidelijk welke vorm van PRA bij de Finse Russen is gevonden.
Het DNA van de door PRA aangedane kat(ten) is echter al wel onderzocht in Amerika, en het is uitgesloten dat het hier gaat om taurinegebrek of de mutatie die is gevonden voor de Abessijn en de Somali.

Behandeling van PRA
Er is, tot op heden, geen behandeling bekend om het degeneratie proces te stoppen of PRA te genezen.
PRA bij katten kan worden vastgesteld door een zogenaamde opthalmoscopische test, ofwel oogspiegeltest.
Na, door middel van atropine, de pupil te verwijden, wordt met een instrument, de opthalmoscoop, het beeld van het netvlies bekeken.
Een oogspiegeltest op PRA is bij de uitslag PRA-negatief slechts een jaar geldig, omdat het hier een voortschrijdende (progressieve) ziekte betreft; de eerste symptomen van de recessief verervende vorm van PRA zijn met behulp van de oogspiegeltest vaak pas waar te nemen op een leeftijd waarop de meeste katten al nakomelingen hebben.
Over het algemeen namelijk pas na de 18 maanden, maar soms ook pas op een leeftijd van 4 of 5 jaar oud.
Aangezien er een vrij grote leeftijdsvariatie is, waarop de eerste tekenen van degeneratie van het netvlies te zien zijn, kan het dus voorkomen dat een kat voorlopig vrij verklaard wordt, maar uiteindelijk toch PRA blijkt te hebben.

Het op deze wijze testen op PRA kan alleen bij erkende oogspecialisten(!). Deze vind je in de lijst onder aan dit artikel.

Voor sommige rassen (Abessijn, Somali en Ocicat) is er inmiddels een DNA-test beschikbaar, maar deze is niet gevalideerd voor de Rus en zegt dus in principe niks over het lijder- of dragerschap van onze katten.
Net zoals bij HCM bestaat de mogelijkheid dat ieder ras zijn eigen specifieke mutaties heeft die de ziekte veroorzaken.

HC, PRA, en de  visie  van de SBR-RBF
Wij vinden het heel belangrijk dat jullie op de hoogte zijn van de beschreven ontwikkelingen in Finland, en dat jullie een heldere uitleg krijgen van wat de gevonden ziektes precies inhouden.
Echter, als stichting (die vaker met het bijltje van erfelijke aandoeningen hakt) hebben wij wel enkele aantekeningen bij de ingezonden oproep van Suomen Venäjänsiniset ry. Wij hebben deze bedenkingen ook overgebracht aan de voorzitter van de club.
Vanwege die voorbehouden hebben wij besloten hier slechts een samenvatting met de meest relevante informatie uit de oproep te plaatsen (deze vind je op deze pagina terug onder het kopje "aanleiding: oproep van Suomen Venäjänsiniset ry") .
De volledige oproep is terug te vinden in Koschka nr.3/2009.
Onze bedenkingen zijn de volgende:
  Alle onderzoeken schijnen te zijn gedaan door één enkele dierenarts, zonder specialisme in oogheelkunde.
Wij raden eigenaren altijd aan bij het vermoeden van een ernstige (erfelijke) aandoening contact te zoeken met een specialist (in dit geval een veterinaire oogspecialist) en de kat daar opnieuw te laten onderzoeken, zeker als het om een afwijking gaat die rasbreed gevolgen zou kunnen hebben.
In de naar ons ingezonden oproep werd geen duidelijkheid gegeven over de onderlinge verwantschap van de katten waarbij PRA is vastgesteld of die PRA verdacht zijn.
Het is vooralsnog dus niet duidelijk of we het hier hebben over een familiair (beperkt) of een rasbreed probleem en hoever dit dan verspreid zou (kunnen) zijn (in tegenstelling tot de erfelijke staar, die bij onverwante katten zou zijn vastgesteld, en waarvan dan een wijde verspreiding kan worden aangenomen).
Op diverse fora is eerder dit jaar melding gemaakt van een Finse kater met PRA en zijn kinderen die als verdacht werden aangemerkt. Het is ons nog niet duidelijk of deze kater en zijn nakomelingen dezelfde zijn als de in dit stuk beschreven katten.
Er is publicatie van de namen van de desbetreffende katten beloofd.  Wij gaan na publicatie uiteraard direct na hoe de verwantschap van deze katten ligt.
Wij vonden tegenstrijdigheden op de in dit artikel aangegeven webpagina ten aanzien van de ingezonden oproep.
Op hun website heeft de breed council het namelijk over 4 zekere PRA-lijders, 1 verdachte kat en 1 mogelijke andere lijder; een oudere kat. Dit gaat om een totaal van 6 katten waarvan 4 zeker met PRA, terwijl in het later opgestelde stuk waarvan wij hier de samenvatting hebben geplaatst melding wordt gemaakt van 7 katten, waarvan 1 zeker met PRA. Wij raden jullie dan ook aan ook dat stuk te lezen.
Wij hebben de voorzitter van Suomen Venäjänsiniset ry om een toelichting gevraagd en zullen jullie zodra wij die ontvangen hierover berichten op deze plek en in de eerstvolgende Koschka.
Zoals het in de aankondiging wordt gebracht, is er voor ons vooralsnog geen directe aanleiding om aan te nemen dat dit al een rasbreed probleem is. Dit neemt niet weg dat we de melding zoals gevraagd serieus nemen, en we zullen bovenstaande nog verder onderzoeken.
In de oproep werden tevens fokadviezen afgegeven. Het is ons niet duidelijk wie dit advies heeft opgesteld en hoe groot zijn/haar inzicht in de populatie is. Dit is dan ook het deel dat we hebben besloten op deze plek weg te laten.
Wij zijn als stichting altijd heel terughoudend geweest met fokadvies wanneer nog niet in kaart is gebracht hoe vaak een afwijking precies voorkomt binnen een ras.
Bijvoorbeeld; het kan zeer acceptabel zijn om alle katten met symptomen van een bepaalde aandoening voor de fok uit te sluiten als het 2% van het ras betreft, maar komt de aandoening bij 56% van het ras voor, dan kan dit wel eens een advies zijn dat het voortbestaan van het ras bedreigt.
Ook is het van belang om te weten hoe een aandoening vererft alvorens je dragers uit gaat sluiten; vooralsnog is de aanname dat de ziekte recessief vererft, maar dit is slechts een aanname tot het gen in kwestie gevonden is.
Wij zijn ook van mening dat alleen populatiegenetici zich na gedegen populatieonderzoek zouden moeten wagen aan rasbrede fokadviezen; individuele dierenartsen en fokkers kunnen de gevolgen niet voldoende overzien.
Wel willen wij benadrukken dat het uiteraard niet meer dan normaal is om niet te fokken met een kat die zelf aan een aangeboren en/of erfelijke aandoening lijdt.
Suomen Venäjänsiniset ry gaf aan graag bloedmonsters te ontvangen om op termijn DNA-onderzoek te kunnen starten, maar heeft problemen met de ontvangst van bloedmonsters op internationale schaal en kan dus alleen monsters uit Finland ontvangen.
De SBR-RBF heeft daarom aangeboden om bloedmonsters uit de rest van de wereld te verzamelen.
Wij hebben immers al een DNA-database, en hebben hiermee nog geen problemen ondervonden.
Hierop hebben zij enthousiast gereageerd. Mocht je dus een Rus hebben of kennen met staar of PRA, dan ontvangen wij graag een bloedmonster van deze kat voor de database.
Vermeld dan duidelijk op het formulier wat er aan de kat scheelt. Hier zullen de monsters ook meteen worden gecertificeerd; wat het belang daarvan is voor wetenschappelijk onderzoek, vind je, evenals het formulier, op deze site onder het kopje "databank" in het menu.



Bronnen voor beschrijving ziektebeelden:
Praktijkgerichte Oogheelkunde voor de dierenarts door F.C. Stades, M.H. Boevé, W. Neumann, en M. Wyman (1989), drs. A.L. Leipoldt voor Ticked, het verenigingsblad van Somali-Abessijn Nederland (SAN), en Aby2000, vereniging voor liefhebbers en fokkers van Abessijnen en Somali’s; website
www.aby2000.nl

PRA adressen

Diergeneeskundig Specialistencentrum. Dr. M.H. Boevé
Weesperzijde 147. 1091 ET Amsterdam.
Tel. 020-6920936. Fax 020-6937096
Afspraken: telefonisch, onderzoek: wk/mnd

Dierenkliniek "Den Heuvel", Mw. Drs. K.J. M. Stróbl
Oirschotseweg 113 A, 5884 NH Best.
Tel. 0499-374205 (bij Eindhoven)
Afspraken: telefonisch, onderzoek: wk/mnd

Dierenkliniek Emmeloord. Drs. J. Gutteling
Espelerlaan 77,6302 De Emmeloord. tel. 0527-613500
Afspraken: telefonisch, onderzoek: wk/mnd

Dierenkliniek "Gerselaar". Dr. M.H. Boevé Geesterseweg
16.7276 SM Gelselaar.
Tel. 0545-481297 (bij Enschedé)
Afspraken: telefonisch, onderzoek: wk/mnd

v/h mw Roelofsen
nu: Dr. Verbruggen,
Barbarakruid 2, Rotterdam
spreekuur op Woensdag en Zaterdag. Afspraken telefonisch
tussen 10.00 en 13.00 via nr. 06-10460877.

Dieren artsenpraktijk "Bijleveld", Mw. E. Bijleveld-Huussen
Bierkade 8-9, 1821 BE Hoorn. tel. 0229-235941
Afspraken: telefonisch, onderzoek: dagelijks

Dierenkliniek "Oost Drenthe", Drs. J. Gutteling,
Hoofdweg 26A, 1871 TC Klijndijk
tel. 0591-513151 (bij Emmen)
Afspraken: telefonisch, onderzoek: wk/mnd

Dierenziekenhuis "Limburg''. Mw. Drs. KJ,M. Stróbl,
Aldenhofstraat 11, 6091 GP Neerbeek ,
tel. 046-4376700 (Zuid Limburg)
Afspraken: telefonisch, onderzoek: wk/mnd

Dierenkliniek Sneek, Drs. J. Gutteling
Stationsstraat 3. 8601 GA Sneek.
tel 0515-412112
Afspraken: telefonisch, onderzoek: dagelijks

Universiteitskliniek v. Gezelschapsdieren,
Dr. F.C, Stades / Dr. M.H. Boevé
Yalelaan 8. 3508 TD Utrecht (Uithof),
tel. 030-2539411
Afspraken: telefonisch, onderzoek: dagelijks

Dierenkliniek "De Wagenrenk"
Dr. F.C. Stades / Drs. A Heijn,
Keijenbergseweg 18, 6705 SN Wageningen.
tel 0317-419120
Afspraken: telefonisch, onderzoek: wk/mnd

Dierenkliniek "Geldrop". Mw. Drs. K.J. M. Stróbl,
Mierloseweg 5. 5662 KB Geldrop
tel. 040-2868572
Afspraken: telefonisch, onderzoek: wk/mnd

Specialitisch Centrum Oisterwijk. Drs. A Heijn,
Boxtelsebaan 6, 5061 VD, Oisterwijk,I
tel. 013-5285900
Afspraken: telefonisch