Bloedgroepen en FNI
(Tjerk Huisman)
Tot voor enkele jaren werden de gevolgen van
verschillende bloedgroepen bij de kat niet als zodanig erkend,
maar eenvoudigweg ondergebracht bij Fading Kitten Syndrome.
Zoals je verderop in dit artikel kunt lezen zijn er een aantal
jaren geleden onderzoeken gedaan, waaruit de conclusie is
gekomen dat er bij katten ook elkaar niet verdragende
bloedgroepen bestaan, met als gevolg Feline Neonatale
Isoerythrolysis, kortweg FNI.
Je zult misschien denken, FNI, wat is dat? Weer de een of
andere nieuwe kattenziekte?
Een ziekte waar je pilletjes,zalfjes, drankjes of injecties
tegen kunt geven kunt is FNI niet, maar als het je kittens
treft is het wel triest.
Wat betekent namelijk Feline Neonatale Isoerythrolysis:
de "F"
staat voor: katten
de "N" staat voor: jonggeborene.
de
"I" staat voor: de vernietiging van rode bloedlichaampjes.
ergo het gevolg is: DODE KITTENS
Inleiding
Het zal je waarschijnlijk niet onbekend zijn dat
mensen verschillende bloedgroepen hebben.
In de loop der jaren heeft men dat allemaal uitgeknobbeld en we
weten nu bijvoorbeeld hoe de percentages bij de mensen liggen;
Bloedgroep A 42%,
B 14%, AB 7%, en
O 37%.
Het is bekend dat bij bloedtransfusies alleen bloed van dezelfde
bloedgroep gebruikt mag worden, daar anders de rode
bloedlichaampjes 'oplossen' en een levensgevaarlijke situatie
ontstaat.
Ook weet men dat het bloed, ongeacht de bloedgroep, bij 85% van
de blanke bevolking nog een ander soort kenmerk draagt, dat bij
de overige 15% ontbreekt, de zgn. Rhesusfactor.
Is een moeder Rh (Rhesus) negatief en de vader Rh positief dan
kan dat een proces ontketenen dat leidt tot vorming van
antilichamen bij de moeder, die aan het on- of pasgeboren kind
ernstige schade kunnen berokkenen.
Is de moeder echter Rh positief en de vader Rh negatief, dan
ontstaat deze situatie niet.
Bloedgroepen bij katten
Van allerlei diersoorten waren bloedgroepen en de specifieke
kenmerken daarvan al bekend, maar wat katten betreft hebben de
onderzoeken lang op zich laten wachten.
Sinds het begin der jaren '80 in Australië en later in Amerika,
Frankrijk en Duitsland heeft men echter onderzoeken gedaan bij
katten.
Die onderzoeken hebben tot de volgende, voorlopige resultaten
geleid:
●
De vererving van bloedgroepen bij katten verloopt volgens de
erfelijkheidsleer van Mendel.
Dit wil echter niet zeggen dat de wijze van coderen overeenkomt
met de in de Katten-Genetica (m.b.t. tot kleur-vererving etc.)
gebruikelijke coderingen, daar geven hoofdletters aan dat een
gen dominant is en kleine letters geven aan dat een gen
recessief is.
Voor bloedgroepen worden slechts hoofdletters gebruikt plus de
mededeling dat de ene bloedgroep (A), de andere (B) overheerst.
N.B. De hoofdletter A heeft niets te maken met de A van Agouti
en de hoofdletter B heeft niets te maken met de B van Black.
●
Bij katten bevat het bloedplasma natuurlijke antilichamen
tegen een vreemde bloedgroep.
Bij andere diersoorten en bij de mensen worden die antilichamen
pas gevormd wanneer bij bepaalde, elkaar niet verdragende,
bloedgroepen of andere kenmerken (zoals Rh) het eerste contact
heeft plaats gevonden.
Een tweede contact kan dan tot onverdragelijkheids-reacties
leiden.
Misschien ten overvloede: Een Rhesus-factor Rh komt bij de kat
niet voor !
●
Bij katten zijn DRIE bloedgroepen geconstateerd, te weten:
- Bloedgroep A gevormd door het genenpaar A/A, A/AB of A/B,
waarbij de eigenschappen van A de eigenschappen van AB of B
onderdrukken.
- Bloedgroep AB gevormd door het genenpaar AB/AB of AB/B
waarbij de eigenschappen van AB de eigenschappen van B
onderdrukken. Deze bloedgroep komt zeer zeldzaam voor. AB heeft
andere eigenschappen dan de combinatie van A/B.
- Bloedgroep B gevormd door het genenpaar B/B.
Wanneer kunnen er
onverdragelijkheids-reacties optreden?
Onverdragelijkheids-reacties kunnen optreden in
geval van:
●
Bloedtransfusie.
Bijv. na een ongeval, bij een operatie enz. Een bloedtransfusie
met bloed van een verkeerde bloedgroep zou o.a.een dodelijke
shock tot gevolg kunnen hebben (A-donor/B-ontvanger).
Je dierenarts zal daar beslist wel ervaringen mee hebben
opgedaan bij andere dieren.
Hopelijk is hij er reeds van op de hoogte dat een kat de
antilichamen niet opbouwt, zoals bijv. honden dat doen, maar dat
de kat reeds natuurlijke antilichamen in het bloedplasma bezit.
Bij een hond bijv. gebeurt er bij de eerste transfusie niets,
maar een tweede kan dodelijk zijn.
●
Zwangerschap.
Over dat wat er tijdens de zwangerschap
kan gebeuren m.b.t. onverdragelijkheids-reacties bestaan nog
verschillende meningen. In de ene publicatie wordt gezegd:
"Antilichamen komen terecht in de bloedsomloop van de foetus
resp. de pas geborene", terwijl een andere publicatie vermeldt:
"Wanneer een moederpoes met bloedgroep B kittens met bloedgroep
A uitdraagt gebeurt er vóór de geboorte niets, omdat de
antilichamen van de moeder niet door de barrière van de placenta
heenkomen."
● Geboorte.
De eerste moedermelk (colostrum) bevat allerlei afweerstoffen,
die de kittens beschermen tegen infecties etc., maar in het
geval van onverdraaglijke bloedgroepen óók de afweerstoffen c.q.
antilichamen tegen de vreemde bloedgroep.
Beperken we ons tot punt 3, dat is namelijk voor ons als fokkers
van direct belang en ook het enige waar (voorlopig althans) door
ons iets aan gedaan kan worden, maar eerst:
Hoe werkt de vererving
van de Bloedgroepen A, AB en B?
Poes:
Bloedgroep "A" = A/ A |
Kater:
Bloedgroep Diverse |
Kittens:
Bloedgroep Diverse |
|
A = A/A |
A
= A/A |
A
= A/A |
| A
= A/A |
A
= A/B |
A
= A/A of A = A/B |
| A
= A/A |
AB
= AB/AB |
A
= A/AB |
| A
= A/A |
AB
= AB/B |
A
= A/AB of A = A/B |
| A
= A/A |
B
= B/B |
A
= A/B |
Poes:
Bloedgroep "A"= A/AB |
Kater:
Bloedgroep Diverse |
Kittens:
Bloedgroep Diverse |
|
A = A/AB |
A
= A/A |
A
= A/A of A=A/AB |
| A
= A/AB |
A
= A/B |
A
= A/A of A = A/B of AB=AB/B |
| A
= A/AB |
AB
= AB/AB |
A
= A/AB of AB=AB/AB |
| A
= A/AB |
AB
= AB/B |
A
= A/AB of A = A/B of AB=AB/AB |
| A
= A/AB |
B
= B/B |
A
= A/B of AB=AB/B |
Poes:
Bloedgroep "A"= A/B |
Kater:
Bloedgroep Diverse |
Kittens:
Bloedgroep Diverse |
|
A = A/B |
A
= A/A |
A
= A/A of A = A/B |
| A
= A/B |
A
= A/B |
A
= A/A of A = A/B of
B = B/B |
| A
= A/B |
AB
= AB/AB |
A
= A/AB of AB = AB/B |
| A
= A/B |
AB
= AB/B |
A
= A/AB of
B = B/B of AB = AB/B |
| A
= A/B |
B
= B/B |
A
= A/B of B=B/B |
Poes:
Bloedgroep "AB"=AB/AB |
Kater:
Bloedgroep Diverse |
Kittens:
Bloedgroep Diverse |
|
AB
= AB/AB |
AB
= AB/AB |
AB
= AB/AB |
| AB
= AB/AB |
AB
= AB/B |
AB
= AB/AB of AB = AB/B |
| AB
= AB/AB |
B
= B/B |
AB
= AB/B |
Poes:
Bloedgroep "AB"=AB/B |
Kater:
Bloedgroep Diverse |
Kittens:
Bloedgroep Diverse |
|
AB
= AB/B |
AB
= AB/AB |
AB
= AB/AB |
| AB
= AB/B |
AB
= AB/B |
AB
= AB/AB of AB = AB/B of B = B/B |
| AB
= AB/B |
B
= B/B |
AB
= AB/B of B = B/B |
Poes:
Bloedgroep "B"=B/B |
Kater:
Bloedgroep Diverse |
Kittens:
Bloedgroep Diverse |
|
B
= B/B |
A
= A/A |
A
= A/B** |
| B
= B/B |
A
= A/B |
A
= A/B**
of B = B/B |
|
B = B/B |
AB
= AB/AB |
AB
= AB / B** |
|
B = B/B |
AB = AB/B |
AB
= AB / B **
of B = B/B |
|
B = B/B |
B
= B/B |
B = B/B |
| |
| Bij de met **gemerkte kittens kan een
onverdragelijkheids-reactie optreden. |
Zoals je kunt zien in de opsomming van mogelijkheden
speelt de bloedgroep van de dekkater, afgezien van het feit dat hij
kittens met bloedgroep "A" verwekt heeft, geen directe
rol in de reactie.
Waaruit bestaat die onverdragelijkheids-reactie?
Door de anti- A -lichamen in de moedermelk van een
bloedgroep B poes worden de rode bloedlichaampjes van de
kittens met bloedgroep A afgebroken, een proces dat FNI
genoemd wordt.
Hoe is FNI te constateren?
De geboorte zal, afgezien van andere bijkomstigheden,
normaal verlopen. De kittens waarbij de FNI-reactie
plaatsvindt zullen echter:
●
onmiddellijk na de geboorte zonder sporen
van ziekte o.d. dood gaan.
●
zwakte
vertonen, hebben geen zin om te drinken
●
na een dag (of een paar dagen) steeds minder gaan
drinken,
●
een roodbruine urine afscheiden, (het duidelijkste
signaal)
●
geelzucht krijgen
●
bloedarmoede (anemie) ontwikkelen
●
Sommige
kittens overleven, maar na 1 of 2 weken
sterven de staartpunten (of oorranden) af.
●
Andere
kittens drinken en groeien verder en krijgen hoogstens
een
lichte vorm van bloedarmoede.
Is
er iets aan/tegen F.N.I. te doen?
Oh ja, zeer zeker! Als je een beetje "van wanten
weet"
tenminste.
Voorkomen is beter dan genezen. Door slechts B x B te
kruisen zou het probleem helemaal uit de wereld zijn en
hoefde er nooit een bloed groep te worden bepaald. Bij
een A x A kruising zal het echter noodzakelijk zijn om
van de nakomelingen steeds de bloedgroep te laten
bepalen, want; bloedgroep A kan immers 'fokzuiver' AA of
'fok-onzuiver' A/B zijn en derhalve kittens met
verschillende bloedgroepen geven.
De B-kittens kunnen geselecteerd worden, maar voor de A-
kittens zal het een schier onmogelijke taak zijn dat
recessieve gen B weg te fokken,want het kan generaties
lang worden meegedragen.
Bloedgroep B is eigenlijk een beetje te vergelijken
met een langhaar-factor of een verdunnings-factor, die
kunnen ook generaties lang "verborgen"
worden meegedragen.
Als we in de U.S.A. woonden zou het allemaal wat
simpeler zijn, want daar kan een dierenarts gewoon per
0800 nummer of per fax, of per E-mail de RapidVet HF#105
set bestellen bij DMS *) en daarmee binnen enkele
minuten (2 - 3) de bloedgroep van een kat bepalen.
Volgens Amerikaanse Statistieken komt men tot de
volgende percentages van katten met Bloedgroep B:
20% Abessijn
22% Somali
16% Heilige Birmaan
59% Brits Korthaar
43% Devon Rex
20% Perzisch Colourpoint
24% Perzen
15% Scottish Fold
1- Nogmaals F.N.I. is geen (besmettelijke) ziekte, raak
dus niet in paniek en laat je (dek)kater met
bloedgroep B, als je dat tenminste hebt laten vaststellen, niet hals over kop castreren.
Aan de directe gevolgen, het optreden van FNI, heeft hij
part nog deel; maar als een dekkater uit Frankrijk
afkomstig, naar Nederland verkocht wordt en daarna naar
de Verenigde Staten geëxporteerd wordt en óók nog een
zéér gevraagde dekkater was, dan kun je je misschien wel
voorstellen dat die bloedgroep B bij allerlei
nakomelingen (Poezen zowel als Katers) aanwezig is c.q.
gedragen wordt.
In Engeland schijnt men het idee (gehad) te hebben dat
alle problemen opgelost konden worden door katten met
bloedgroep B in het zgn. 'inactieve register op te
bergen', zo met het idee, dan wordt er niet meer mee
gefokt dus dan verdwijnt 'het' wel, maar ja wat moet je
dan als je, zoals in het geval van de Brit in de VS, op
59% B en 41% A uitkomt?
Alle B's uit het inactieve register en alle A's erin?
2- Mocht je, door ervaring met eerdere nesten van een
poes of door het constateren van de eerder vermelde
symptomen, het vermoeden hebben dat je poes tot
bloedgroep B (B/B) behoort, neem dan het zekere
voor het onzekere en haal de kitten meteen na de
geboorte, de eerste 18 – 24 uur, bij de moeder weg.
't Is misschien even zielig voor je poes, maar als haar
kinderen, de één na de andere, sterven heeft ze helemaal
geen nest meer waarop ze haar moeder-gevoelens kan
botvieren en dat is nog veel erger voor haar, dan even
een dag zonder kittens.
Zuiver theoretisch gesproken, zou je na het constateren
van de symptomen: de urine van de kittens kunnen laten
onderzoeken, de bloedgroep van de moeder kunnen laten
bepalen en de bloedgroep van de kittens laten bepalen
via de nageboortes.
(Het bloedafnemen van de placenta om zodoende de
bloedgroep van het kitten te bepalen wordt door het EVL
afgeraden.
Je weet namelijk niet of het bloed dat je opneemt van het
kitten of van de moederpoes is.)
Dat zijn echter oplossingen volgens 'een boekje' want
hoeveel dierenartsen zijn er al met het probleem bekend?
Waar wonen zij? Kunnen de testen ter plaatse uitgevoerd
worden of moet de Universiteit ingeschakeld worden?
Hoe lang gaat dat duren en hoeveel tijd heb je ervoor?
De kittens apart met een kruikje o.d. in een warme
kamer, is een snelle en zekere weg om de problemen zo
snel en goed mogelijk te lijf te gaan.
Het weghalen van de kittens heeft uiteraard wel een
aantal gevolgen, want als de moeder de kleintjes niet
kan, beter gezegd niet mag, zogen, dan zul je een
andere oplossing moeten vinden!
Een andere
zogende poes (min) zoeken
Een min zoeken
is niet aan te bevelen zolang je niet weet welke
bloedgroep díe poes heeft.
Stel je eens voor dat het ook een B-poes is (met alleen
maar B-kittens, waardoor er nog geen problemen zijn
ontstaan) dan kom je 'van de regen in de drup'.
Belangrijk!
Na 18 -24 uur absorbeert de darmwand van de kittens
de antilichamen niet meer en is het 'gevaar' geweken.
De moeder blijft echter gedurende de hele zoogtijd anti
lichamen produceren, zowel de goede als de slechte
(zoals het Anti bloedtype A); dit ter immunisering van
de ingewanden.
't Is maar dat je het weet en er aan denkt dat jouw
B-poes (of een andere poes, waar je de bloedgroep niet
van kent) na 18 - 24 uur niet als 'min' gebruikt
kan worden voor een ander nest met hetzelfde probleem.
De kittens zelf gedurende 18 -24 uur iedere twee uur,
dag en nacht, voeden
Met Lactol, K.M.R., o.d. kom je een heel eind, maar
er kleven ook allerlei risico's aan en 't is een klus!
Iedere twee uur een voeding maken, met het risico dat
door de van poeder gemaakte voeding klontert en het
speentje verstopt raakt enz. Bovendien bestaat de grote
kans dat de kleintjes zich verslikken, voeding in de
longen krijgen etc. met alle nare gevolgen van dien.
In het eerder, in een ander blad, verschenen artikel "Bloedgroepen
bij katten" wordt ook nog een andere oplossing gegeven, namelijk:
"het
kunstmatig laten voeden met een sonde door de dierenarts". In dat
zelfde artikel wordt ook nog 'halstarrig' vastgehouden
aan 48 tot 72 uur als periode waarin de kittens niet bij
de moeder mogen drinken.
(De W&G
van Felikat heeft dat, al jaren achterhaalde, artikel nog steeds op
de Felikat web-site staan.)
Typisch een oplossing 'uit een boekje', want in het
gunstigste geval weet je dierenarts een klein beetje van
wanten, heeft hij de juiste voedings-sondes voorradig en
kan hij je precies vertellen hoe het moet en waar je op
moet letten.
In dat geval zal je dierenarts weten hoeveel voeding per
keer gegeven kan worden en kunnen de voedings-bezoeken,
een maal per vier uur, tot zes per dag beperkt worden.
Met een beetje geluk kun je dan zelfs ’s nachts om vier
uur rustig thuis blijven, maar dat ligt aan de ervaring
van je dierenarts.
De mijne mist die ervaring totaal, zij kwam jaren
geleden bij mij om het te 'leren' en in voorkomende
gevallen stuurt zij de mensen met de problemen naar mij.
(Zelfs een keer een huisarts met een worp van 8
Puppy's.)
Er is ook een betere oplossing, namelijk zelf met de
sonde gaan voeden.zoals wordt beschreven in het artikel
voedingssonde.
Nee niet schrikken, uit eigen ervaring (de eerste
keren weliswaar met het zweet in de handen), als je weet
wat wel en wat niet kan, als je weet hoe het moet, dan
valt het reuze mee, dan is het
"een
fluitje van een cent" ookal zullen
sommige "ervaren"
fokkers je voor dierenbeul uitmaken.
In het geval je zelf de kittens met de sonde kunt
voeden, schijnt het mogelijk te zijn de kittens bij de
moeder te laten en ze
'dwangmatig'
zoveel voeding te geven dat zij min of meer 'doorgespoeld' worden en
de anti-lichamen in de moedermelk nauwelijks de kans
krijgen in actie te komen. D.w.z. de kittens
zullen dan nauwelijks meer iets drinken bij de moeder,
waardoor de kittens slechts weinig antilichamen
binnen kunnen krijgen.
Artikel geschreven door, en geplaatst met toestemming van
Tjerk Huisman ©1998
/catdata@catdata.nl
Alkmaar, Bijgewerkt: Apr'00, Aug'01, Apr'02, Mei'02,
Dec'02, Mrt'03, Sep'03, Aug'04, Sep'05, Jan'06
Met dank aan:
Dr. Susan Little DVM, DABVP (Feline), Bytown Cat
Hospital, Ottawa, Canada, voor de uitgebreide informatie
en de verificatie van de Engelse
versie van dit artikel.
Dr. Urs Giger, University of Pennsylvania
Denise G. Darmanian, Vice President, DMS
Laboratories - Flemington N.J.
Yvonne Brouwer, Cattery Horsterveld, voor aanvullende
informatie.
Zie ook:http://www.rapidvet.com/feline.html
en lees wat Dr. Urs Giger schrijft.
Of
ga naar
http://www.catvirus.com/ Dr. Diane Addie, Veterinary
Clinical Virology at the University of Glasgow,
Scotland, U.K.
Adressen:
Voor
laboratorium testen:
European Veterinary Laboratories, Woerden.
(Bij je dierenarts zeker bekend.)
Tel: 00 31 348 412549
Fax: 00 31 348 414626
Teststrips:
DSM Laboratories, Flemington, NJ / USA
Uitgebreide informatie (in het Engels) kunt je via het
Internet vinden op:
http://www.rapidvet.com/feline.html
In Europa worden de RapidVet test sets verkocht,
uitsluitend via Dierenartsen, door:
Als belangrijkste
adres het hoofdkantoor van RapidVet in Europa,van
waaruit de, in Italië geproduceerde, sets worden
verkocht:
AROVET A.G.
Postfach 50,
CH 8702 Zollikon.
SWITZERLAND
Tel: +41 1 391 69 86
Fax:+41 1 391 97 21
e-mail:info@arovet.ch
Ceva Tiergesundheit
GMBH,
Kanzlerstrasse 4D,
40472 DUSSELDORF.
Bonds Republiek Duitsland
Tel : 00-49 211 / 9659700
Fax : 00 49 211 / 9659742
Sanofi Santé Nutrition Animale,
F 33501 Libourne Cedex
FRANKRIJK
Jorgen Kruuse A/S,
contact: Dr. Lotte Davies
DENEMARKEN
telephone: 45.65.95.15.11
Clinivet OY
contact: Dr. Suvi Pohjola-Stenroos
FINLAND
telephone: 358.9.685.22.88
Indian Herbs Gmbh
contact: Dr. Dickie
OOSTENRIJK
telephone: 43.17.96.3765
http://www.rapidvet.com/dmsagrolabo.html
RapidVet is in Nederland NIET vertegenwoordigd.
|