Catterymanagement

Het klinkt zakelijk, “management”, zeker als het over een hobby als katten fokken gaat.
Toch dekt deze term de lading, want bij het voeren van een cattery komt nu eenmaal een bepaalde dagelijkse organisatie kijken.
We hebben het in dit verband vooral over de organisatie van de huisvesting, het onderhoud en de verzorging van de katten.
Fokken is geen vrijblijvende hobby; er zijn dieren afhankelijk van die organisatie en de keuzes die wij maken.
De gezondheid en het welbehagen van zijn dieren horen voor een fokker op de eerste plaats te staan, en om dit te garanderen is kennis en een juiste omgang met de katten noodzakelijk.

Wat is een cattery?
Dit lijkt misschien een domme vraag, maar het begrip “cattery” is misschien niet zo goed gedefinieerd als het wel lijkt.
Ben je pas een cattery als je een catterynaam hebt? Hoeveel poezen vormen een cattery? Hoeveel nestjes moet je per jaar fokken om als cattery te kwalificeren? Hoeveel kennis van zaken moet je hebben voor je jezelf een cattery mag noemen?
Hier zijn geen vaste regels voor, en in de praktijk zien we dan ook catteries in vele vormen en maten.
In dit artikel zullen we het over een “cattery” hebben als we het hebben over een huishouden waar tenminste drie katten wonen (een “groep”), waarvan het op zijn minst de bedoeling is dat er met ééntje eenmaal per jaar een nestje wordt gefokt; dit zijn de situaties waarop dit artikel van toepassing is.

Huisvesting, groepssamenstelling en stress
Als het fokken van het eerste nestje een positieve ervaring is geweest, slaat het “fokkersvirus” al gauw toe.
Er wordt een kitten aangehouden of er komt een nieuwe poes of misschien zelfs een kater bij, zodat de poezen niet meer op buitendekking hoeven.
Als de passie toeslaat verwordt het fokken al snel van een hobby in een levensvervulling.
Een cattery kan zo in de loop der tijd uitgroeien van één kat tot een groep van misschien wel tien katten of meer.
Elke nieuwe kat erbij betekent ook dat er praktische aanpassingen gedaan moeten worden; een speciale kamer voor de kater, een grotere ren, meer krabpalen en kattenbakken – meer kosten, schoonmaakwerk en tijd voor aandacht en verzorging.
Een groeiend aantal katten heeft echter nog andere belangrijke gevolgen.

In Nederland is het gebruikelijk dat de katten van een fokker vrij in huis leven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waar het algemeen geaccepteerd is dat fokkatten in kooien, rennen of in gezamenlijke ruimten (“catteries”) worden gehouden.
In Nederland is het eigenlijk alleen algemeen geaccepteerd dat dekkaters in een aparte ruimte met buitenren gehouden worden.
In de Nederlandse situatie betekent dat, dat alle katten in principe bij elkaar lopen (dekkaters uitgezonderd) en dat kittens in huis opgroeien (“raised underfoot”). In deze situatie hebben de katten dus sociale interactie.
Hoe groter de groep katten, hoe groter echter ook de kans op stress. Misschien botsen de karakters van bepaalde katten, of gaat een bepaalde kat zich onprettig voelen in een groeiende groep.
Die stress kunnen de katten weer gaan afreageren op elkaar, wat weer stress oplevert voor de andere katten, waardoor de harmonie nog verder in het gedrang komt.
Het is daarom heel belangrijk veel aandacht te besteden aan de samenstelling van de groep.
Katten zijn zeer sociale dieren, maar om zo min mogelijk risico te lopen, in goede harmonie een groep katten te houden en ermee te fokken, moet je wel proberen de stress waar je kunt te beperken.
Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat de meest harmonische kattengroepen bestaan uit overwegend vrouwelijke dieren die een familiale band hebben, zoals zussen of moeders met hun dochters en kleindochters.
Een fokgroep die op deze manier is opgebouwd, is dan ook een goed uitgangspunt.

Houd er ook rekening mee dat niet alleen bepaalde karakters, maar ook hormonen kunnen zorgen voor schommelingen in de balans van de groep.
Zwangere en zogende poezen stellen zich van nature “dominanter” op, waardoor een normaal verlegen poes zich ineens wèl kan laten gelden. De sociale verhoudingen in een groep kunnen onder invloed van hormonen dus periodiek wijzigen.
Hoe meer fokkatten je hebt, hoe vaker er dus ook zwangere en zogende poezen zullen zijn, en hoe groter de kans op stress dus wordt.

Verder dien je in de gaten te houden dat je iedere dier voldoende individuele aandacht en ruimte kunt bieden; ook letterlijk.
Als er te veel katten bij elkaar worden gehouden op een te klein oppervlak (“crowding”), dan komen de dieren onder spanning te staan, wat onherroepelijk tot problemen leidt.
Als algemene stelregel voor de benodigde ruimte om stress zoveel mogelijk te beperken geven gedragsdeskundigen aan dat er niet meer volwassen katten in huis zouden moeten zijn dan het aantal leefbare ruimtes dat zij tot hun beschikking hebben.
Op deze manier kunnen alle katten elkaar uit de weg en kunnen zij in geval van problemen onderling gescheiden worden.
Dit is een belangrijk gegeven om rekening mee te houden bij de snelheid waarmee je je groep uitbreidt.
Begin niet meteen met je maximum aantal katten, maar probeer je groep zodanig langzaam uit te breiden dat je spreiding van leeftijden en zo een natuurlijk verloop creëert.
Zo loop je niet vast in je fokprogramma doordat je teveel en te snel katten hebt aangehouden en daardoor geen ruimte meer hebt voor toevoegingen.
Is je maximum aantal katten bijvoorbeeld 5, en ga je ervan uit dat de katten 16 à 20 jaar oud worden, dan zou je steeds na 4 à 5 jaar een toevoeging kunnen doen.
Je oudste kat “maakt dan plaats” voor de jongste.
Op deze manier beperk je de stress en voorkom je dat je moet herplaatsen om overcrowding te voorkomen of op te lossen.
Tevens geef je alle katten zo de tijd om hun draai te vinden in de veranderde situatie; elke nieuwe kat in de groep vraagt immers om aanpassingen van zowel de nieuweling als de bestaande groep, wat ook weer bijdraagt aan het ontstaan van stress.

Stress werkt bedreigend voor zowel de geestelijke, alsook de fysieke gezondheid van katten, en kan leiden tot een breed scala van problemen.
Zo verlaagt stress de weerstand, zodat de groep (of de minst sterke individuen) gevoeliger wordt voor virussen en bacteriële infecties.
Dit is ook een belangrijk punt om in gedachten te houden bij de introductie van nieuwe dieren; op die momenten is er vaak sprake van stress, terwijl er met de nieuwkomer ook nieuwe bacteriën meekomen, en de nieuwkomer zelf bloot komt te staan aan de bestaande bacteriehuishouding van jouw cattery.
Verder kan stress leiden tot gedragsproblemen zoals overgrooming, sproeien, zich terugtrekken, angstigheid en agressie.
Angst en agressie kunnen op hun beurt weer leiden tot gevechten en verwondingen.

Stress kun je voor een groot deel voorkomen door het bieden van:
voldoende ruimte
voldoende ligplaatsen, kattenbakken, krabplekken, voer- en waterbakken (van alles1 per kat +1)
goede hygiëne
voldoende individuele aandacht
harmonie (selecteren bij elkaar passende karakters, familiale groep)
weinig wisselingen in de groep
vrij toegankelijke, veilig afgeschermde buitenruimte
zo weinig mogelijk contact met vreemde katten
goede kwaliteit voeding
voldoende uitdagend speelgoed (bijv. voedselverrijking)
rust en regelmaat (niet teveel shows, concenteren van momenten waarop er nesten zijn)

Onderhoud en hygiëne
Om de gezondheid van de katten te waarborgen is een goede hygiëne onontbeerlijk.
Die goede hygiëne is op meerdere vlakken van toepassing; zowel op het huis in het algemeen, als ook op de kattenbakken, voer- en drinkgerei en slaapplaatsen als op de katten zelf.
Aangezien er waarschijnlijk een redelijk aantal katten in huis zullen wonen, is het verstandig om hier rekening mee te houden bij het inrichten van je huis.
Neem indien mogelijk harde vloeren in plaats van tapijt zodat het oppervlak goed schoon te houden en, indien nodig, te desinfecteren is.
Neem liever geen behang, maar zorg dat de wanden van je huis ook afwasbaar zijn. Ook de raambekleding, meubels en kattenspullen moeten liefst goed te reinigen zijn.
De benodigde frequentie zal per persoonlijke situatie verschillen, maar houd je huis schoon en opgeruimd en sop je huis regelmatig met schoon schoonmaakgerei.

Kattenbakken dienen om twee redenen iedere dag uitgeschept te worden; ten eerste vanwege de hygiëne, ten tweede ter controle van de ontlasting zodat je problemen snel kunt signaleren.
Hoe vaak de gehele bak verschoond en uitgewassen moet worden is afhankelijk van de gebruikte kattenbakvulling en het aantal katten dat de bak in kwestie gebruikt, maar het spreekt voor zich dat de kattenbakken geen weken kunnen blijven staan – je verwijdert met uitscheppen de bacteriën immers niet uit het grit.
Eén keer per week de vulling vervangen lijkt een goede richtlijn. De bak kan worden uitgewassen met heet water en afwasmiddel, en nagespoeld worden met bleek en veel water. Neem bij het uitwassen van de kattenbak ook altijd de kap mee.
Veel katten gaan niet graag op een al gebruikte bak, dus zorg voor voldoende kattenbakken in huis; liefst 1 per kat +1.
Maak ook iedere dag de directe omgeving van de bak goed schoon.

Voer bewaar je op een droge, donkere en liefst koele plaats.
Een luchtdichte voederton is een prima mogelijkheid, mits deze steeds helemaal leeg gevoerd en uitgewassen wordt voor het voer weer wordt aangevuld.
Achtergebleven voederresten kunnen gaan bederven en ook het nieuwe voer aantasten, met alle gevolgen van dien.
Bedorven droogvoer ruikt erg onprettig, dus dit voer is eenvoudig te controleren.
Controleer iedere keer voor je het geeft of het voer nog goed is; let hier vooral op bij droogvoer waarin tocoferol / vitamine E is gebruikt als (natuurlijke) antioxidant; deze geeft een kortere houdbaarheid dan de chemische varianten.
Zacht voer dat kan bederven (blik of vers) mag niet langer dan een uur in de etensbakjes blijven staan, vooral niet tijdens de zomermaanden.
Na gebruik was je de bakjes af zodat de achtergebleven bacteriën uit het vlees zich niet kunnen vermeerderen.
Drinkwater moet dagelijks worden ververst, maar liefst nog vaker. Veel katten stellen een drinkfontein erg op prijs.
Water- en voerbakjes kunnen het best gemaakt zijn van een niet-poreus materiaal waarin moeilijk krassen kunnen ontstaan, zoals RVS, geglazuurd aardewerk of glas.
Plastic houdt bacteriën gemakkelijker vast, wat bij sommige katten kan leiden tot acne op hun kin.

Controleer de katten zelf dagelijks op parasieten, wondjes, bultjes, kale plekken, vuil in de vacht, kijk even in de bek en de oren en beoordeel de algemene indruk die de kat geeft. Wen de katten al op vroege leeftijd aan een routinematige verzorging, zodat dit steeds gemakkelijk gaat.
Ga uiteraard ook periodiek met je katten naar de dierenarts voor routineonderzoek, inentingen en ontwormingen.

Met deze eenvoudige management technieken voor je kattengroep hou je je dieren hopelijk gelukkig en gezond.