DNA
databank
Problematiek
Hopelijk is iedere fokker er inmiddels van op de hoogte dat er
bij Russen in binnen- en buitenland steeds vaker door middel van
echografie HCM wordt vastgesteld.
(Voor meer informatie over deze aandoening, zie het artikel
"HCM" op deze website; je vindt het artikel onder "gezondheid").
Dit
is een zaak die niet alleen de getroffen katten, de eigenaren,
de fokkers van deze dieren en de eigenaren van familieleden van
deze katten aangaat, maar een zaak die wij ons allen zéér aan
moeten trekken!
HCM in een kat staat namelijk nooit op zichzelf, de aandoening
is erfelijk, moet dus ergens vandaan komen en wordt ook
doorgegeven.
Ze zal, in een gesloten populatie zoals die van de Rus, ook
aanwezig blijven.
Ruwweg kan men stellen, dat als 1% van de populatie erfelijk
HCM-lijder is, 18% van de populatie al drager is
van dit defect.
(bron: Ed.J.Gubbels, Genetisch beheer van raskattenpopulaties,
dec. 2004).
Voor ieder van die gemelde katten met HCM, lopen er dus
gemiddeld ook 18 HCM-dragers rond.
We zijn nog niet zover dat we kunnen bepalen welk percentage
Russen actueel aan HCM lijdt, laat staan welk percentage HCM
draagt, maar de gemeenschappelijke voorouders van de bij ons
gemelde katten liggen vaak zoveel generaties terug, dat we aan
moeten nemen dat het probleem al erg wijd verspreid is. We
hebben inmiddels helaas al meerdere meldingen ontvangen vanuit
alle hoeken van Europa, de Verenigde Staten, Zuid-Amerika en het
Midden-Oosten.
Omdat de erfelijke aanleg voor HCM zich variabel uit, is het
mogelijk dat katten, zelfs de oudere dieren, wel drager zijn van
een of meerdere veroorzakende genen, zonder de aandoening zelf
ooit te ontwikkelen.
Dat een kat zelf geen symptomen heeft betekent dus niet dat hij
de ziekte niet doorgeeft aan zijn kittens!
Er zijn zelfs gevallen bekend van katten die fokzuiver waren
voor de aandoening (homozygoot) en dit dus doorgaven aan 100%
van hun nakomelingen, zonder dat dit tijdens hun fokcarrière bij
henzelf tot uiting kwam!
Dit alles betekent vrijwel zeker dat wij zonder het te weten
allen al te maken hebben met dit probleem en dat zeker op
termijn zullen merken bij de dieren die we fokken.
Er zullen er hoe dan ook meer Russen het slachtoffer van HCM
gaan worden, daar is geen ontsnappen aan.
Ook moeten wij terdege beseffen, dat een of meer van die
volgende gevallen zich net zo makkelijk in onze eigen cattery
(of bij onze kittenkopers) kunnen voordoen als bij die van ieder
ander.
Actie!
Toen het eerste slachtoffer van HCM in Nederland bekend werd,
heeft de SBR-RBF meteen actie ondernomen.
We hebben al jaren kunnen bekijken hoe andere rassen met HCM
worstelen, en hoefden het wiel dus geen tweede keer uit te
vinden.
Rassen die met deze ziekte te maken hebben, zijn het meest
gebaat bij de ontwikkeling van een DNA-test.
Met echocardiografie kun je weliswaar een deel van de getroffen
dieren ontdekken en (als het fokdieren betreft) voorkomen dat er
verder met ze wordt gefokt, maar als het een wat ouder dier
betreft en er wèl al mee is gefokt is de ziekte wèl weer verder
doorgegeven. Echocardiografie is dus maar een gedeeltelijke
oplossing.
Een DNA-test zou echter zelfs al toegepast kunnen worden op
kittens, zodat fokkers ervoor kunnen zorgen dat kittens met een
HCM-gen zelf nooit in de fok terecht zullen komen. Als iedere
fokker zo'n DNA-test zou gebruiken, zou de genmutatie binnen
enkele generaties uit het ras gefokt kunnen zijn.
We
hebben bij andere rassen ook kunnen observeren dat het veel tijd
en geld kost om een DNA-test te ontwikkelen.
Fokkers realiseren zich vaak pas hoe groot een probleem is, als
er al grote aantallen katten door een ziekte worden getroffen,
en nemen dan pas actie; eigenlijk gewoon honderden zieke katten
te laat dus.
Rassen die in ernstige mate te maken hebben met HCM, zoals de
Brit en de Sphynx, hebben hierdoor nog steeds geen DNA-test.
Dit willen wij niet voor ons ras!
We hebben dus direct bij het eerste bewezen geval dat ons ter
ore kwam, besloten
DNA-materiaal van een zo groot mogelijk deel van de populatie in
te gaan zamelen en een fonds op te zetten voor onderzoek.
Hoe sneller we zouden beginnen met het op laten slaan van
DNA-materiaal van onze katten, hoe beter er gehandeld zou kunnen
gaan worden als er zich volgende gevallen voor zouden gaan doen.
Niet alleen kunnen op dit materiaal de reeds gevonden DNA-tests
(voor Maine Coon en Ragdoll) worden uitgevoerd om te kijken of
ze misschien ook bij ons ras werken, ook kunnen we met dit
materiaal onderzoekers benaderen om naar voor ons ras specifieke
DNA-markers te zoeken.
DNA-markers zijn belangrijk voor erfelijke afwijkingen zoals
HCM.
Met zo’n marker kunnen al kort na de geboorte dragers van deze
variant van HCM middels een simpele DNA-test worden
geïdentificeerd en uitgesloten van de fok. Daarmee kunnen we
voorkomen dat dieren voor de fokkerij worden gebruikt waarvan
later in hun leven blijkt dat ze de erfelijke aanleg voor HCM
hebben doorgegeven.
Het is belangrijk om zo snel mogelijk de markers te vinden voor
deze genen, zodat ze niet de kans krijgen zich door de populatie
te verspreiden tot een punt waar men, met het oog op de
genenpool, geen dieren meer uit kan sluiten.
Dat dit punt snel wordt bereikt kunnen wij zien als we kijken
naar andere rassen, zoals de Pers met PKD en de Maine Coon met
HCM. Dat gevaar is voor ons ras nog groter omdat wij werken met
een vele malen kleinere genenpool.
Wij willen nadrukkelijk niet de indruk wekken dat HCM met het
vinden van één marker volledig uit te bannen zal zijn; naar
blijkt zijn er meerdere mutaties die HCM kunnen veroorzaken.
De Maine Coon en de Ragdoll bijvoorbeeld blijken één
overeenkomstige mutatie te hebben, maar bij allebei de rassen is
daarnaast ook een separate mutatie geïdentificeerd die
vooralsnog slechts bij dat ras lijkt voor te komen.
Verwacht wordt, dat er op termijn nog tien of meer andere
mutaties zullen worden ontdekt.
DNA-testen zijn dus voorlopig nog geen vervanging voor
echografisch onderzoek, echter, het zijn wel zeer waardevolle
stappen die helpen om telkens weer een volgende variant van HCM
tijdig te ontdekken (voordat er met dieren is gefokt) en op
termijn van enkele generaties helemaal kwijt te raken.
Onze
databank
De SBR-RBF heeft met een genommeerd genetisch laboratorium een
overeenkomst gesloten over het beheer van de DNA-databank en om,
in later stadium, in nauw overleg met ons op zoek te gaan naar
DNA-markers voor ons ras.
Voor onderzoek naar een marker is genetisch materiaal nodig van
zowel gezonde als getroffen dieren.
Wij doen daarom nu een dringend beroep op jullie, de eigenaren
en fokkers van deze prachtige katten, om jullie hulp bij dit
initiatief.
Zo kun je iets betekenen voor het onderzoek naar HCM in dit ras:
Laat alstjeblieft DNA-materiaal van je kat(ten) opslaan in onze
databank!
Dat gaat als volgt in zijn werk:
●
Als je een DNA-monster van uw Rus of Nebelung wilt laten opslaan
in de DNA-databank, dien je allereerst een meldingsformulier in
te vullen (te vinden onder meldingsformulier). Kruis in het
daarvoor bestemde vakje “DNA databank” aan.
●
Met het meldingsformulier ga je vervolgens naar je dierenarts
die EDTA-bloed van de kat zal afnemen.
Dit dient bij voorkeur 4 milliliter of nog wat meer te zijn.
Om zeker te weten dat het monster ook bij het betreffende dier
hoort dien je bij je bezoek aan de dierenarts het dierenpaspoort
en een kopie van de stamboom van je kat mee te brengen.
De dierenarts zal aan de hand hiervan de identiteit van het dier
controleren.
Let wel, het dier moet gechipt zijn! De dierenarts tekent ervoor
dat het door hem afgenomen bloedmonster afkomstig is van de kat
met dat betreffende chipnummer.
●
Tevens dien je een kopie van eventuele eerdere HCM
testresultaten mee te brengen, met name als het dier verdacht of
positief is bevonden voor HCM.
Laat het echter geen beletsel zijn om mee te werken als je dier
(nog) niet radiologisch getest is op HCM of negatief is gescand!
De gegevens kunnen tijdens het beheer op ieder moment up-to-date
worden gebracht.
Je dierenarts stuurt het bloedmonster, samen met het ingevulde
en ondertekende meldingsformulier, de door jou bijgeleverde
kopie stamboom en, indien beschikbaar, de kopie testresultaten
naar het laboratorium.
Het lab zorgt dan voor de verdere afhandeling en stuurt je een
certificaat ter bevestiging van de opname van het monster in de
DNA-databank.
Het DNA-monster en de daarbij behorende informatie zullen door
het lab gedurende 25 jaar bewaard worden.
●
De kosten van opslag van een monster in de
DNA-databank bedragen € 25,50.
Deze kosten zijn per kat en éénmalig.
De SBR-RBF is in aanloop naar dit onderzoek bereid in die
gevallen waarbij door een specialist echografisch HCM is
geconstateerd, of een dier verdacht is bevonden, deze kosten
geheel voor haar rekening te nemen.
Wilt je in aanmerking komen voor deze vergoeding, neem dan
contact op met het bestuur van de SBR-RBF.
In de kosten die het laboratorium in rekening brengt en die in
aanmerking komen voor vergoeding door de SBR-RBF, zijn de kosten
voor de dierenarts niet inbegrepen. Die dien je met hem of haar
af te rekenen.
Helaas is het voor ons niet mogelijk de kosten voor ieder
monster te vergoeden; alle inkomsten van de SBR-RBF gaan naar
het fonds voor onderzoek.
●
Het kan dan goedkoper zijn het EDTA-bloed af te
laten nemen op een moment dat je toch, om andere redenen, een
bezoek bij je dierenarts aflegt. Dat bespaart je in ieder geval
de kosten van een extra consult.
Je kunt hierbij denken aan het moment van inenting, van
bloedafname voor de test op FIV en FeLV of bloedgroepbepaling,
etc.
Wij hopen op jullie medewerking in het belang van de Rus en de
Nebelung!!!
NB. Het afgedragen DNA materiaal is niet alleen bruikbaar en
nuttig voor onderzoek naar HCM, maar kan ook voor andere
onderzoeken gebruikt worden als er ooit andere erfelijke
problemen binnen ons ras spelen.
Zie hiervoor het artikel:” DNA Databank, een biologisch archief”
door Ed J. Gubbels van Genetic Counceling Services.