de DNA
databank, een biologisch archief
(Ed.J.
Gubbels, geneticus)
Het
DNA-onderzoek maakt de laatste jaren een geweldige ontwikkeling
door.
Het wordt de oplossing voor veel erfelijke problemen, ook bij
onze huisdieren. De ontwikkeling van DNA-markers biedt
reusachtige mogelijkheden voor de nabije toekomst.
Echter, voorlopig nog heel even met de nadruk op “toekomst”, op
dit moment zijn die mogelijkheden nog beperkt.
Het is wel zo dat er elke maand wel ergens op de wereld weer
melding wordt gemaakt van nieuwe DNA-markers, het tempo waarin
ze worden gevonden neemt toe.
We mogen dan ook verwachten dat er binnen enkele jaren honderden
DNA-markers beschikbaar zullen zijn, met name voor de best
onderzochte soorten zoals honden en katten.
Dat neemt niet weg dat er nog heel wat moet gebeuren voordat we
de meeste erfelijke gezondheids- en welzijnsproblemen bij onze
huisdieren met behulp van DNA-markers kunnen bestrijden en
uitbannen.
Bovendien zijn er nogal wat erfelijke gezondheidsproblemen
waarbij deze aanpak niet werkt.
Met name niet bij de bestrijding van ongewenste kenmerken die op
de werking van een groot aantal genenparen en allerlei
milieuinvloeden berusten. Voor deze kenmerken blijven we
voorlopig aangewezen op de “klassieke” fokkerij- en
selectiemethoden.
Over de hele wereld wordt door tal van onderzoeksinstituten veel
geld en energie besteed om DNA-markers te vinden voor de
erfelijke afwijkingen bij onze huisdieren.
Ook voor de Faculteit voor Diergeneeskunde in Utrecht is de
ontwikkeling van DNA-markers voor erfelijke problemen een van de
speerpunten in haar onderzoeksbeleid.
Wat is DNA?
Het lichaam van alle levende organismen is opgebouwd uit cellen.
Bijna al die cellen hebben een kern met daarin chromosomen.
Chromosomen moeten we zien als “kralensnoeren van genen”.
Genen zijn de dragers van de erfelijke eigenschappen, het zijn
de “bouwtekeningen” voor de eiwitten waaruit het lichaam is
opgebouwd en die worden gebruikt in de vele duizenden enzymen
die de processen in het lichaam regelen.
Chromosomen zijn langgerekte dunne moleculen, de zogenaamde
DNA-moleculen (DNA is DeoxyriboNucleic Acid).
De chromosomen (eigenlijk de genen die daarop voorkomen) zijn de
bouwtekeningen van het leven.
In het DNA is de erfelijke code van elk individu vastgelegd.
Deze code bepaalt welke kenmerken het dier heeft, bijvoorbeeld
tot welke soort en tot welk ras het behoort, maar ook welke
erfelijke ziekten en afwijkingen het dier bij zich draagt.
Bij de voortplanting wordt door elk van de ouders de helft van
deze code aan elke nakomeling doorgegeven.
Met behulp van speciale laboratoriumtechnieken is het mogelijk
een deel van de erfelijke code zichtbaar te maken en deze te
vergelijken met die van familieleden.
Omdat elk dier uniek is, omdat (behalve eeneiige tweelingen)
geen twee dieren hetzelfde zijn, heeft elk dier zijn eigen
unieke “DNA-profiel” dat voor de helft door de vader werd
aangeleverd en voor de andere helft door de moeder.
Wat zijn DNA-markers?
De genen die op de chromosomen voorkomen zijn allemaal
verschillend van opbouw en vorm.
De structuur van het DNA-molecuul is voor elk gen anders.
In het laboratorium is het mogelijk om op heel nauwkeurig
gedefinieerde plekken op het chromosoom de structuurkenmerken
van het DNA te bepalen.
Indien kan worden aangetoond dat een bepaald structuurkenmerk in
of vlakbij een gen ligt, beschikken we daarmee over een “marker”
voor dat gen.
Omdat die markers in veel gevallen net weer even anders zijn als
ze samen voorkomen met de ene erfelijke variant of met de andere
(met het gen “A” of met het gen “a”) kunnen we door de markers
te bepalen vaststellen wat de erfelijke aanleg van het dier is.
Voor honden en katten zijn er inmiddels voor enkele tientallen
erfelijke kenmerken (afwijkingen) DNA-markers beschikbaar.
Voor een heleboel andere afwijkingen wordt daar nog hard naar
gezocht.
We mogen verwachten dat er in de nabije toekomst in een versneld
tempo steeds meer markers beschikbaar komen.
Niet alleen voor honden en katten, ook voor allerlei andere
soorten gezelschapsdieren.
Wat
is een DNA-databank?
Een DNA-databank is een opslag (een archief) waarin
weefselmonsters van individuen worden bewaard.
Meestal gaat het om bloedmonsters, soms om speeksel- of
haarmonsters, waaruit zodra dat nodig is het DNA kan worden
vrijgemaakt.
Die monsters worden volgens een vastgesteld protocol verzameld.
In heel speciale gevallen, bijvoorbeeld in het kader van een
wetenschappelijk onderzoek, worden er monsters van andere
weefsels verzameld om daaruit later DNA te winnen.
Bij het verzamelen van de weefselmonsters ten behoeve van opslag
in een DNA-databank is het van het grootste belang de identiteit
van het dier vast te stellen.
Degene die de monsters neemt (meestal de dierenarts) heeft
daarin een grote verantwoordelijkheid.
Hij leest het tatoeage- of chipnummer dat het dier heeft en
vergelijkt dit met de gegevens op door de eigenaar meegebrachte
kopie van het afstammings- of registratiedocument.
Hij tekent ervoor dat het ingeleverde weefselmonster afkomstig
is van het dier dat in de begeleidende documenten wordt
aangemeld.
Nadat de monsters bij de DNA-databank zijn ingeleverd worden die
in twee helften verdeeld en op twee geografisch gescheiden
locaties opgeslagen. Daarmee wordt voorkomen dat alle materiaal
verloren gaat, mocht een opslaglocatie door een brand of een
andere vorm van overmacht verloren gaan.
De opgeslagen monsters worden gedurende minimaal vijfentwintig
jaar bewaard waarna opnieuw kan worden besloten de bewaarperiode
voort te zetten.
Het belang van een
DNA-databank
Een DNA-databank kan voor een aantal toepassingen worden
gebruikt.
Het is van belang te bedenken dat het DNA-materiaal van elk
individu uniek is en daarmee afwijkt van het DNA-materiaal van
alle andere individuen in de populatie.
Het is bovendien van belang te bedenken dat in het DNA-materiaal
van elk individu de helft van het DNA-materiaal van elk der
beide ouders terug vinden is. Deze beide gegevens zijn bepalend
voor het gebruik van het materiaal uit de DNA-databank.
●
1. identificatie van dieren
Het DNA (het DNA-profiel) vormt de enige onuitwisbare en niet te
vervalsen identificatie van het dier.
Nadat bij de monstername eenduidig is vastgesteld en verklaard
(ondertekend) dat het aan de DNA-databank geleverde
weefselmonster van dit dier afkomstig is, kan op elk moment
daarna worden bepaald of we het nog steeds over hetzelfde dier
hebben.
Een chip kan zoek of defect raken, een tatoeagenummer kan
onleesbaar worden, beide kunnen misschien zelfs worden
verwijderd.
Het DNA-profiel blijft onveranderbaar en controleerbaar aanwezig
en kan worden bepaald zolang er nog maar een klein stukje
weefsel van het dier beschikbaar is.
De eigenaar die dit wenst beschikt daarmee over de mogelijkheid
om bij allerlei geschillen (verlies, diefstal, etc.) aan te
tonen dat het om het dier gaat waarvan hem het rechtmatige
eigendom toekomt.
Zodra dat nodig is kan het DNA-profiel van het opgeslagen
monster vergeleken worden met het DNA-profiel van het dier
waarvan we de identiteit willen vaststellen (bewijzen).
Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn bij geschillen tussen de koper
en de verkoper. Wanneer van een dier een weefselmonster in een
DNA-databank is opgeslagen kunnen de koper en de verkoper te
allen tijde vaststellen of het dier waarover het geschil
bestaat, ook daadwerkelijk het dier is dat door de één gekocht
en door de ander verkocht werd.
●
2. DNA-profielen
In toenemende mate laten eigenaren bij de afname van het
weefselmonster ten behoeve van de DNA-databank gelijktijdig een
DNA-profiel opmaken.
De eigenaar krijgt daarmee een identificatiedocument (een
officieel certificaat) waarmee hij de identiteit van zijn dier
uitdrukkelijk vastlegt en dat hij ook kan gebruiken om anderen
daarover te informeren.
Het DNA-profiel is gebaseerd op de geldende internationale
inzichten ten aanzien van de kenmerken (genenparen) die daarbij
moeten worden onderzocht.
De als standaard toegepaste set markers wordt vastgesteld, en zo
nodig bijgesteld, door de “International Society for Animal
Genetics” (ISAG).
Uiteraard, wanneer iemand een profiel wil laten vaststellen op
basis van een andere set markers, dan kan dat ook.
Fokkers gebruiken de DNA-profielen bijvoorbeeld voor hun pup- of
kittenkopers, die krijgen kopieën van de DNA-profielen van de
ouderdieren mee zodat ze, als zij dat zouden willen, de
correctheid van de afstamming van hun pup of kitten kunnen laten
controleren. Daarmee maken deze fokkers zichtbaar dat ze
volledig betrouwbaar en controleerbaar willen werken.
Bij de koper levert dat een extra stuk vertrouwen op.
Zo ook bij eigendomsoverdracht van een opgroeiend of volwassen
dier. Door bij de overige eigendomsdocumenten en
beoordelingscertificaten tevens het DNA-profiel (het officiële
certificaat) te leveren beschikt de koper over een nauwkeurige
omschrijving en identificatie van het dier dat hij heeft
gekocht.
●
3. afstammingscontrole
Bij of na de inschrijving in het stamboek of het
afstammingsregister kan er twijfel ontstaan over de afstamming
van een dier of een nest.
Afstammingsgegevens zijn belangrijk, ze worden gebruikt voor het
berekenen van inteeltcoëfficiënten, van genetische risico’s en
van fokwaardeschattingen en dus voor het nemen van beslissingen
over wčl of niet, over meer of minder fokken met bepaalde
dieren.
Indien van verkeerde afstammingsgegevens wordt uitgegaan, worden
daarmee verkeerde waarden berekend en is de kans groot dat er
verkeerde selectiebeslissingen worden genomen.
Dieren worden mogelijk ten onrechte “belast” met problemen en
afwijkingen die niet of nauwelijks in hun (echte) familie
voorkomen. Anderzijds kunnen dieren ten onrechte worden
vrijgepleit van erfelijke belastingen die ze wel degelijk met
zich meedragen.
Dit kan tot nadelen en schade kan leiden, zowel voor de
selectieprogramma’s die de fokkers toepassen als voor de
eigenaren die hun fokdieren ten onrechte juist wčl of niet voor
de fok gebruiken.
Afstammingsgegevens
behoren correct te zijn, ze behoren boven elke twijfel verheven
te zijn in het belang van iedereen die zich met de fokkerij
bezighoudt.
In geval van twijfel kan het DNA-profiel van het dier worden
vergeleken met het DNA-profiel van de beide (veronderstelde)
ouders.
In het DNA-profiel van het dier mogen geen kenmerken voorkomen
die niet van de combinatie van de ouders afkomstig kunnen zijn.
Een DNA-databank is voor deze toepassing van groot belang omdat
ten tijde van de twijfel de beide ouders lang niet altijd nog
beschikbaar zijn voor de levering van een weefselmonster.
De databank maakt het mogelijk om onafhankelijk van de directe
beschikbaarheid van de dieren afstammingen te controleren, zelfs
jaren later nog, op elk moment dat daartoe aanleiding bestaat.
Er is natuurlijk ook nog de “positieve” benadering van
afstammingscontrole.
Soms wordt er veel geld uitgeven bij de aankoop van een dier uit
ouders met een bijzondere kwaliteiten of voor een dier met een
belangrijke afstamming.
De koper zal vooraf een garantie willen hebben dat hij ook het
dier krijgt met de afstamming die hem werd beloofd.
De kosten van het verifiëren van de afstamming door de
DNA-profielen van de betrokken dieren te laten opmaken, vallen
vaak in het niet bij de belangen die voor koper en verkoper in
het geding zijn bij hun transactie.
Tenminste, indien er een beroep kan worden gedaan op de
DNA-databank en er niet alsnog (mogelijk verspreid over de
wereld) weefselmonsters van ouderdieren of van andere verwanten
moeten worden verzameld.
●
4. nieuwe DNA-markers testen
In de toekomst zullen in versneld tempo steeds mee DNA-markers
beschikbaar komen.
Daarmee kan snel en goedkoop worden bepaald wat de erfelijke
aanleg is van een dier dat voor de fokkerij wordt bestemd.
Met DNA-markers kan worden nagegaan of het dier vrij is van een
erfelijke afwijking, of het dier de afwijking vererft (“drager”
is) of dat het dier “lijder” is.
Zodra er ergens op de wereld een nieuwe DNA-marker voor een
erfelijke afwijking beschikbaar komt, moet er eerst uitvoerig
worden getest of die marker ook voldoende adequaat werkt voor
onze eigen subpopulatie van de diersoort of het ras.
Tot nu toe moest er, om aan voldoende testdieren te komen, eerst
een beroep gedaan worden op de fokkers en eigenaren om de
benodigde weefselmonsters beschikbaar te stellen.
Voor deze testen zijn monsters nodig van familiegroepen waarin
lijders aan de afwijking voorkomen.
Dat kost veel tijd en geld omdat de monsters meestal speciaal
moeten worden verzameld voor dit ene doel.
Met de beschikbaarheid van een DNA-databank kan een nieuwe
marker snel worden getest.
Indien de nieuwe DNA-marker effectief blijkt, kan op de kortst
mogelijke termijn met de fokkers worden overlegd en kan die
worden ingezet.
Dat kan met name heel snel wanneer de DNA-databank gekoppeld is
aan een afstammingsbestand waarin een zorgvuldige registratie
van alle belangrijke kenmerken (afwijkingen) wordt bijgehouden.
Een DNA-archief levert een belangrijke bijdrage aan een
versnelde invoering van nieuwe DNA-markers.
De fokkers kunnen daarmee op de kortst haalbare termijn
profiteren van de nieuwste hulpmiddelen bij het uitbannen van
erfelijke afwijkingen.
Met een DNA-databank hoeft het geen maanden en jaren meer te
duren voordat een nieuwe marker voor de praktijk van de fokkerij
beschikbaar komt.
In principe moet dat kunnen binnen een maand nadat het besluit
tot het testen van de marker is genomen.
Bovendien krijgen de fokkers de mogelijkheid om achteraf, zelfs
lang nadat de betreffende dieren overleden zijn, na te gaan of
ze wčl of niet drager of lijder waren voor die afwijking.
In een aantal gevallen is dat belangrijke informatie voor hun
verdere keuzes in hun fokkerij.
●
5. praktijkscreening voor erfelijke gebreken
Nadat een nieuwe DNA-marker geschikt is gebleken voor toepassing
bij een ras, is de vraag aan de orde hoe die marker moet worden
ingepast in het fok- en selectiebeleid.
Voor de fokkers is het van groot belang om zo snel mogelijk te
weten wat de erfelijke status is van hun dieren.
Ze willen weten of hun fokdier wel of niet drager is van de
afwijking.
Indien er weefselmonsters van alle fokdieren zijn opgeslagen in
de DNA-databank kan dit heel snel worden vastgesteld, zonder dat
dit extra inspanningen en kosten voor bemonstering (bloedafname)
met zich meebrengt voor de fokkers.
Daarmee komen de voordelen van de nieuwe DNA-test zo snel
mogelijk ten goede aan de fokkerij.
Geschreven door en geplaatst met toestemming van:
Ed.J.Gubbels, geneticus,
instituut Genetic Counselling Services,
juli 2005