Fokken
Bijna
iedereen die ooit een poes met stamboom heeft gehad zal wel eens
met het idee hebben gespeeld om haar te laten dekken. Als ze
mooi is, gezond en lief, is het begrijpelijk dat je een kitten
zou willen hebben dat op haar lijkt.
Het kan ook zijn dat je je poes speciaal voor de fok hebt
aangeschaft.
Misschien vindt juist de fokker het ook wel heel belangrijk dat
haar zeldzame bloedlijn of goede eigenschappen door worden
gegeven. In beginsel zijn dit allemaal prima motivaties om je
poes een nest te laten krijgen. Het is daarbij wel belangrijk
dat jij en je huisgenoten vierkant achter dat idee staan.
Er zijn ook verkeerde redenen om te gaan fokken met je poes.
Een veelgehoorde uitspraak is dat het "zo natuurlijk is voor de
poes" om een nestje te krijgen. Dit argument houdt echter geen
stand als je bedenkt hoe onnatuurlijk het leven van onze
raskatten eigenlijk al is. Iedere dierenarts zal je ook kunnen
vertellen dat het idee, dat een poes voordat ze gecastreerd kan
worden eerst een nest moet hebben gehad, op een absolute fabel
berust.
Een evenzo bedenkelijke reden om te gaan fokken, is geld willen
verdienen aan de verkoop van kittens.
Laat ons je uit die droom helpen; iedere fokker die serieus en
met bezieling fokt kan je vertellen dat je met fokken eerder
verlies dan winst draait.
Als je wilt fokken zul je je serieus moeten afvragen of je alles
in huis hebt wat daarvoor nodig is.
Om je een idee te geven aan welke basisvoorwaarden je als fokker
zoal zult moeten voldoen, volgt hier een korte opsomming.
●
Je moet voldoende ruimte hebben.
Als je wilt fokken hoef je heus geen grootgrondbezitter te zijn;
fokken kan met de juiste aanpassingen ook prima op een
appartement. Wat vooral belangrijk is, is dat je de mogelijkheid
hebt om een kat gedurende langere tijd apart te houden, en dat
de aanwezige katten de mogelijkheid hebben om elkaar uit de weg
te gaan. Het is handig om een kamer in huis speciaal te
reserveren voor je fokpoes, zodat ze zich daar terug kan trekken
tijdens zwangerschap en bevalling, en zodat je een veilige
ruimte hebt om moeder en kittens in apart te zetten als de
omstandigheden daarnaar zijn. Uiteraard moeten alle
binnenruimten waar de katten moeten leven goed geventileerd en
verwarmd zijn, moet er daglicht binnen kunnen komen en moeten de
dieren zich er niet gemakkelijk kunnen bezeren.
●
Je moet de risico's kunnen inschatten en emotionele tegenslag
kunnen verwerken.
Kom maar gauw van je roze wolk af, want aan fokken kleven altijd
risico's en vroeg of laat zul je altijd dieren verliezen.
De mogelijkheid dat de moederpoes tijdens haar zwangerschap, de
bevalling of de zoogperiode in de problemen komt is altijd
aanwezig, en ook met kittens kan het één en ander fout gaan.
De moederpoes kan bijvoorbeeld weeënzwakte krijgen, een
keizersnede nodig hebben of een baarmoederontsteking krijgen
door een achtergebleven (gestorven) kitten of placenta. Ze kan
eclampsie krijgen, het nest niet accepteren of zelfs overlijden.
Deze omstandigheden zijn levenbedreigend, daarom is het
belangrijk dat je de risico's kent en signalen die op problemen
duiden kunt herkennen.
Kittens kunnen geboren worden met afwijkingen als een open buik,
misvormde pootjes, een open verhemelte of een gesloten anus.
Andere problemen, zoals een platte borstkas, pectus excavatum,
vocht in de longetjes, gevolgen van zuurstofgebrek tijdens de
geboorte, infecties of virusziekten kunnen ook enige tijd na de
geboorte de kop nog opsteken.
Er bestaat altijd een kans dat er kittens voortijdig zullen
sterven. Een nestje kittens is beslist niet altijd en alleen
maar leuk en probleemloos. Kun je hiermee omgaan?
●
Je moet daadkrachtig en stressbestendig zijn en om kunnen gaan
met alle aspecten van een bevalling.
Ben je vies van bloed en slijm en raak je in paniek bij het idee
dat je een placenta zult moeten vastpakken, een navelstreng zult
moeten doorknijpen of het vruchtwater uit de longetjes van een
reutelend kitten zult moeten zuigen omdat het anders stikt?
Bedenk je dan nog eens goed of je wel geschikt bent voor deze
hobby.
De poes en haar kittens zijn volledig van jou afhankelijk om de
bevalling te begeleiden en in te grijpen als het mis dreigt te
gaan.
●
Je moet voldoende tijd, liefde en aandacht kunnen schenken aan
je katten en hun kittens.
Als je een nest fokt, heb je een verantwoordelijkheid naar de
poes en haar kittens; behalve dat ze veel verzorging en aandacht
nodig hebben, kun je plotseling naar de dierenarts blijken te
moeten, of voor het feit komen te staan dat de kittens met de
hand bijgevoerd moeten worden. Dit laatste kan de eerste weken
elke twee uur nodig zijn!
Natuurlijk houdt dit niet in dat je geen nest kunt fokken als je
een druk gezin hebt of fulltime werkt, maar wel dat je in die
gevallen terug moet kunnen vallen op hulp van je gezin of dat je
gemakkelijk vrij kunt krijgen van je werk en/of kunt beschikken
over een goede oppas.
●
Je moet voldoende financiële ruimte hebben.
Onderschat de kosten die voorafgaan aan het fokken van een nest
niet; je gaat te maken krijgen met kosten voor het lidmaatschap
van je vereniging, medische testen, kilometers van en naar de
kater, dekgeld, dierenarts (voor routinebezoekjes maar ook
eventueel voor echo's, een moeizame bevalling, een keizersnede
of kittens met een probleem), werpplek met toebehoren (warmtemat
of -lamp, voldoende onderleggers en doeken), kostbare
vervangende moedermelk die je klaar moet hebben staan, extra
voeding en kattenbakvulling, stambomen, chippen, inenten en
ontwormen en aanpassingen in huis.
Het is verstandig om voor deze kosten een potje te reserveren,
aangezien ze toch echt zullen moeten worden gemaakt voor je hier
ook maar iets van terugziet voor de kittens.
Hou met je planning altijd rekening met het ontstaan van
onvoorziene dierenartskosten.
●
Je moet voldoende kennis hebben van voorouders, over algemene en
specifieke kennis van het fokken beschikken, kennis hebben van
genetica en van erfelijke afwijkingen.
Kittenkopers en andere fokkers verwachten namelijk van je dat je
weet waar je mee bezig bent, en met name je kittenkopers zullen
een aanspraak doen op jouw kennis.
Probeer zoveel mogelijk te achterhalen over de katten in de
stamboom van je poes; met name de postieve en negatieve punten
met betrekking tot karakter en gezondheid zijn belangrijk.
Probeer de katten die nog leven in het echt te zien te krijgen,
en er bij die die niet meer leven achter te komen hoe oud ze
zijn geworden en waaraan ze gestorven zijn. Jouw kat is namelijk
een optelsom van al haar voorouders; een aantal genen van deze
katten draagt ook jouw poes in zich mee, sommige zichtbaar,
andere niet, maar ze zal ze allemaal kunnen doorgeven aan haar
nageslacht.
Het is tevens noodzakelijk dat je een bovengemiddelde kennis
hebt van kattengedrag, ziekten en voeding. Je hoort volledig
up-to-date te zijn met de nieuwste testmethoden en
vaccinatieschema's.
Verdiep je dus, nog voordat je met je poes naar de kater gaat,
in goede kattenliteratuur, word naast lid van een
kattenvereniging ook lid van een organisatie voor je ras,
abonneer je op een vakblad, meld je aan voor fora, enz.
Grijp iedere mogelijkheid aan om te leren, nog voordat je tegen
problemen aanloopt - ga je je op dat moment namelijk pas
verdiepen, dan ben je te laat.
Ook zul je inzicht moeten hebben in de meest elementaire
genetica; voor de Rus en Nebelung specifiek in de genetica van
de drie toegestane kleuren, korthaar en langhaar, de
colourpointaftekening en de vererving van de meest voorkomende
erfelijke aandoeningen. Deze basiskennis is gewoonweg
noodzakelijk bij het maken van fokbeslissingen.
Fokdoelen en
fokplan
Kwantiteit zegt in fokkersland niks over kwaliteit, dus
veronderstel niet dat je als kleine, beginnende hobbycattery
niet op professionele wijze bezig kunt zijn. Ook jarenlange
ervaring zegt helaas niks over de kennis die iemand in die tijd
heeft opgedaan.
Een goede fokker laat zich kenmerken door de bereidheid om bij
te willen leren, de vaardigheid om bij te kunnen leren uit
geschreven informatie, ervaringen van zichzelf en die van
anderen, en de eigenschap deze opgedane kennis en ervaring toe
te (kunnen) passen in de praktijk.
Gedegen kennis van zaken voorkomt overhaaste, drastische
beslissingen die gebaseerd zijn op geruchten of aannames in
plaats van op feiten. Kennis stelt je in staat om zorgvuldig en
realistisch een pad uit te zetten voor je fokkerij.
Iedere
fokker die niet eenvoudigweg wenst te vermeerderen maar ook iets
wil betekenen voor het ras dat hij/zij fokt, stelt in meer of
minder concrete mate zijn fokdoelen en fokplan vast.
Eenvoudig gezegd zijn je fokdoelen datgene wat je wilt bereiken
met je fokkerij, en is je fokplan de manier waarop je daar
naartoe wil werken.
In principe liggen je fokdoelen vast, en is je fokplan flexibel.
Fokdoelen zijn een goede gezondheid, een stabiel karakter en een
rastypisch, mooi uiterlijk.
Een fokplan kan dan bijvoorbeeld inhouden welke lijnen je voor
bepaalde eigenschappen in huis wilt gaan halen, de volgorde
waarin je dit aan gaat pakken, het aantal katten dat je op elk
moment maximaal in huis wilt hebben, en de tijd die je denkt dat
het kost voor je je met de volgende stap kunt gaan bezighouden.
Het klinkt misschien simpel, maar een fokplan maken is vooral
gewoon vooruit denken over je fokkerij. Het voorkomt
bijvoorbeeld dat je te snel te veel katten aanhoudt, waardoor je
vast zou kunnen lopen.
Het zou kunnen dat je concessies moet doen aan je fokplan door
bijvoorbeeld de (beperkte) beschikbaarheid van katers, het aan
de oppervlakte komen van bepaalde erfelijke problemen,
voortijdige castratie van fokdieren, of het niet naar wens
uitgroeien van kittens.
Je fokplan kan dan in de loop der tijd gaan afwijken van het
oorspronkelijke plan.
Dat is helemaal niet erg; het doel van je fokplan is namelijk
vooral dat je systematisch steeds een beetje dichter bij je
fokdoelen komt; hoe je dat precies doet, is van minder belang.
Bedenk wel steeds dat iedere beslissing die alle fokkers tesamen
nu maken, bepalend zal zijn voor de toekomst van het ras.
Testen
en erfelijke aandoeningen
Binnen de kattenwereld is het gebruikelijk om elk fokdier
minstens een keer per jaar via een eenvoudige bloedtest te laten
testen op antistoffen tegen twee gevaarlijke, besmettelijke en
ongeneeslijke virusziekten, te weten FIV (kattenaids) en FeLV
(virale kattenleukemie).
Bij een aantal verenigingen krijg je zelfs geen stambomen voor
je kittens als je geen recente testresultaten van de ouders kunt
overleggen. Er wordt hierbij alleen een uitzondering gemaakt
voor gesloten catteries (catteries die gebruik maken van een
eigen kater die verder ook geen buitendekkingen geeft).
Daarnaast is het testen op de bekende, in het ras voorkomende
ziekten en afwijkingen een ethische verplichting die iedereen
aangaat die een nestje fokt, ookal is het maar eenmalig. Je hebt
als fokker ook de verantwoordelijkheid uit te zoeken welke
ziekten er binnen het ras voorkomen en waarop binnen het ras
normaal gesproken getest wordt.
Test je je fokdieren niet en blijken door jou gefokte kittens
later aan een erfelijke, binnen het ras bekende, ziekte te
lijden, dan kun (en zul) je door de kittenkopers aansprakelijk
gesteld worden voor de geleden schade.
Buiten het feit dat die kosten hoog op kunnen lopen, is het
natuurlijk afschuwelijk om een chronisch ziek dier op je geweten
te hebben.
Een enorm lief dier met een prachtig uiterlijk kan jou en de
eigenaar enorm veel verdriet opleveren; weet dus waar je
prioriteiten liggen.
Dit betekent ook dat je, als je wel test, besluitvaardig zult
moeten zijn op het moment dat er een minder goed resultaat terug
komt.
Hoe mooi en lief je poes ook is, als je weet dat ze niet voor de
volle 100% gezond is, is het niet meer verantwoord met haar te
fokken. Lijders en waarschijnlijke dragers van erfelijke
aandoeningen worden dan ook meestal uitgesloten voor de fok.
Denk je naar aanleiding van het voorgaande dat je alles in huis
hebt om een goede fokker te worden, dan staat in principe niets
je in de weg. Doe je huiswerk, verdiep je, zoek een paar goede
fokkers die je willen begeleiden en geschikte dieren om mee te
beginnen, dan kan je passie uitgroeien tot iets waar je trots op
kunt zijn.