Fokken

Bijna iedereen die ooit een poes met stamboom heeft gehad zal wel eens met het idee hebben gespeeld om haar te laten dekken. Als ze mooi is, gezond en lief, is het begrijpelijk dat je een kitten zou willen hebben dat op haar lijkt.
Het kan ook zijn dat je je poes speciaal voor de fok hebt aangeschaft.
Misschien vindt juist de fokker het ook wel heel belangrijk dat haar zeldzame bloedlijn of goede eigenschappen door worden gegeven. In beginsel zijn dit allemaal prima motivaties om je poes een nest te laten krijgen. Het is daarbij wel belangrijk dat jij en je huisgenoten vierkant achter dat idee staan.
Er zijn ook verkeerde redenen om te gaan fokken met je poes.
Een veelgehoorde uitspraak is dat het "zo natuurlijk is voor de poes" om een nestje te krijgen. Dit argument houdt echter geen stand als je bedenkt hoe onnatuurlijk het leven van onze raskatten eigenlijk al is. Iedere dierenarts zal je ook kunnen vertellen dat het idee, dat een poes voordat ze gecastreerd kan worden eerst een nest moet hebben gehad, op een absolute fabel berust.
Een evenzo bedenkelijke reden om te gaan fokken, is geld willen verdienen aan de verkoop van kittens.
Laat ons je uit die droom helpen; iedere fokker die serieus en met bezieling fokt kan je vertellen dat je met fokken eerder verlies dan winst draait.
Als je wilt fokken zul je je serieus moeten afvragen of je alles in huis hebt wat daarvoor nodig is.
Om je een idee te geven aan welke basisvoorwaarden je als fokker zoal zult moeten voldoen, volgt hier een korte opsomming.

Je moet voldoende ruimte hebben.
Als je wilt fokken hoef je heus geen grootgrondbezitter te zijn; fokken kan met de juiste aanpassingen ook prima op een appartement. Wat vooral belangrijk is, is dat je de mogelijkheid hebt om een kat gedurende langere tijd apart te houden, en dat de aanwezige katten de mogelijkheid hebben om elkaar uit de weg te gaan. Het is handig om een kamer in huis speciaal te reserveren voor je fokpoes, zodat ze zich daar terug kan trekken tijdens zwangerschap en bevalling, en zodat je een veilige ruimte hebt om moeder en kittens in apart te zetten als de omstandigheden daarnaar zijn. Uiteraard moeten alle binnenruimten waar de katten moeten leven goed geventileerd en verwarmd zijn, moet er daglicht binnen kunnen komen en moeten de dieren zich er niet gemakkelijk kunnen bezeren.

Je moet de risico's kunnen inschatten en emotionele tegenslag kunnen verwerken.
Kom maar gauw van je roze wolk af, want aan fokken kleven altijd risico's en vroeg of laat zul je altijd dieren verliezen.
De mogelijkheid dat de moederpoes tijdens haar zwangerschap, de bevalling of de zoogperiode in de problemen komt is altijd aanwezig, en ook met kittens kan het één en ander fout gaan.
De moederpoes kan bijvoorbeeld weeënzwakte krijgen, een keizersnede nodig hebben of een baarmoederontsteking krijgen door een achtergebleven (gestorven) kitten of placenta. Ze kan eclampsie krijgen, het nest niet accepteren of zelfs overlijden. Deze omstandigheden zijn levenbedreigend, daarom is het belangrijk dat je de risico's kent en signalen die op problemen duiden kunt herkennen.
Kittens kunnen geboren worden met afwijkingen als een open buik, misvormde pootjes, een open verhemelte of een gesloten anus. Andere problemen, zoals een platte borstkas, pectus excavatum, vocht in de longetjes, gevolgen van zuurstofgebrek tijdens de geboorte, infecties of virusziekten kunnen ook enige tijd na de geboorte de kop nog opsteken.
Er bestaat altijd een kans dat er kittens voortijdig zullen sterven. Een nestje kittens is beslist niet altijd en alleen maar leuk en probleemloos. Kun je hiermee omgaan?

Je moet daadkrachtig en stressbestendig zijn en om kunnen gaan met alle aspecten van een bevalling.
Ben je vies van bloed en slijm en raak je in paniek bij het idee dat je een placenta zult moeten vastpakken, een navelstreng zult moeten doorknijpen of het vruchtwater uit de longetjes van een reutelend kitten zult moeten zuigen omdat het anders stikt?
Bedenk je dan nog eens goed of je wel geschikt bent voor deze hobby.
De poes en haar kittens zijn volledig van jou afhankelijk om de bevalling te begeleiden en in te grijpen als het mis dreigt te gaan.

Je moet voldoende tijd, liefde en aandacht kunnen schenken aan je katten en hun kittens.
Als je een nest fokt, heb je een verantwoordelijkheid naar de poes en haar kittens; behalve dat ze veel verzorging en aandacht nodig hebben, kun je plotseling naar de dierenarts blijken te moeten, of voor het feit komen te staan dat de kittens met de hand bijgevoerd moeten worden. Dit laatste kan de eerste weken elke twee uur nodig zijn!
Natuurlijk houdt dit niet in dat je geen nest kunt fokken als je een druk gezin hebt of fulltime werkt, maar wel dat je in die gevallen terug moet kunnen vallen op hulp van je gezin of dat je gemakkelijk vrij kunt krijgen van je werk en/of kunt beschikken over een goede oppas.

Je moet voldoende financiële ruimte hebben.
Onderschat de kosten die voorafgaan aan het fokken van een nest niet; je gaat te maken krijgen met kosten voor het lidmaatschap van je vereniging, medische testen, kilometers van en naar de kater, dekgeld, dierenarts (voor routinebezoekjes maar ook eventueel voor echo's, een moeizame bevalling, een keizersnede of kittens met een probleem), werpplek met toebehoren (warmtemat of -lamp, voldoende onderleggers en doeken), kostbare vervangende moedermelk die je klaar moet hebben staan, extra voeding en kattenbakvulling, stambomen, chippen, inenten en ontwormen en aanpassingen in huis.
Het is verstandig om voor deze kosten een potje te reserveren, aangezien ze toch echt zullen moeten worden gemaakt voor je hier ook maar iets van terugziet voor de kittens.
Hou met je planning altijd rekening met het ontstaan van onvoorziene dierenartskosten.

Je moet voldoende kennis hebben van voorouders, over algemene en specifieke kennis van het fokken beschikken, kennis hebben van genetica en van erfelijke afwijkingen.
Kittenkopers en andere fokkers verwachten namelijk van je dat je weet waar je mee bezig bent, en met name je kittenkopers zullen een aanspraak doen op jouw kennis.
Probeer zoveel mogelijk te achterhalen over de katten in de stamboom van je poes; met name de postieve en negatieve punten met betrekking tot karakter en gezondheid zijn belangrijk. Probeer de katten die nog leven in het echt te zien te krijgen, en er bij die die niet meer leven achter te komen hoe oud ze zijn geworden en waaraan ze gestorven zijn. Jouw kat is namelijk een optelsom van al haar voorouders; een aantal genen van deze katten draagt ook jouw poes in zich mee, sommige zichtbaar, andere niet, maar ze zal ze allemaal kunnen doorgeven aan haar nageslacht.
Het is tevens noodzakelijk dat je een bovengemiddelde kennis hebt van kattengedrag, ziekten en voeding. Je hoort volledig up-to-date te zijn met de nieuwste testmethoden en vaccinatieschema's.
Verdiep je dus, nog voordat je met je poes naar de kater gaat, in goede kattenliteratuur, word naast lid van een kattenvereniging ook lid van een organisatie voor je ras, abonneer je op een vakblad, meld je aan voor fora, enz.
Grijp iedere mogelijkheid aan om te leren, nog voordat je tegen problemen aanloopt - ga je je op dat moment namelijk pas verdiepen, dan ben je te laat.
Ook zul je inzicht moeten hebben in de meest elementaire genetica; voor de Rus en Nebelung specifiek in de genetica van de drie toegestane kleuren, korthaar en langhaar, de colourpointaftekening en de vererving van de meest voorkomende erfelijke aandoeningen. Deze basiskennis is gewoonweg noodzakelijk bij het maken van fokbeslissingen.

Fokdoelen en fokplan
Kwantiteit zegt in fokkersland niks over kwaliteit, dus veronderstel niet dat je als kleine, beginnende hobbycattery niet op professionele wijze bezig kunt zijn. Ook jarenlange ervaring zegt helaas niks over de kennis die iemand in die tijd heeft opgedaan.
Een goede fokker laat zich kenmerken door de bereidheid om bij te willen leren, de vaardigheid om bij te kunnen leren uit geschreven informatie, ervaringen van zichzelf en die van anderen, en de eigenschap deze opgedane kennis en ervaring toe te (kunnen) passen in de praktijk.
Gedegen kennis van zaken voorkomt overhaaste, drastische beslissingen die gebaseerd zijn op geruchten of aannames in plaats van op feiten. Kennis stelt je in staat om zorgvuldig en realistisch een pad uit te zetten voor je fokkerij.

Iedere fokker die niet eenvoudigweg wenst te vermeerderen maar ook iets wil betekenen voor het ras dat hij/zij fokt, stelt in meer of minder concrete mate zijn fokdoelen en fokplan vast.
Eenvoudig gezegd zijn je fokdoelen datgene wat je wilt bereiken met je fokkerij, en is je fokplan de manier waarop je daar naartoe wil werken.
In principe liggen je fokdoelen vast, en is je fokplan flexibel.
Fokdoelen zijn een goede gezondheid, een stabiel karakter en een rastypisch, mooi uiterlijk.
Een fokplan kan dan bijvoorbeeld inhouden welke lijnen je voor bepaalde eigenschappen in huis wilt gaan halen, de volgorde waarin je dit aan gaat pakken, het aantal katten dat je op elk moment maximaal in huis wilt hebben, en de tijd die je denkt dat het kost voor je je met de volgende stap kunt gaan bezighouden.
Het klinkt misschien simpel, maar een fokplan maken is vooral gewoon vooruit denken over je fokkerij. Het voorkomt bijvoorbeeld dat je te snel te veel katten aanhoudt, waardoor je vast zou kunnen lopen.
Het zou kunnen dat je concessies moet doen aan je fokplan door bijvoorbeeld de (beperkte) beschikbaarheid van katers, het aan de oppervlakte komen van bepaalde erfelijke problemen, voortijdige castratie van fokdieren, of het niet naar wens uitgroeien van kittens.
Je fokplan kan dan in de loop der tijd gaan afwijken van het oorspronkelijke plan.
Dat is helemaal niet erg; het doel van je fokplan is namelijk vooral dat je systematisch steeds een beetje dichter bij je fokdoelen komt; hoe je dat precies doet, is van minder belang.
Bedenk wel steeds dat iedere beslissing die alle fokkers tesamen nu maken, bepalend zal zijn voor de toekomst van het ras.

 Testen en erfelijke aandoeningen
Binnen de kattenwereld is het gebruikelijk om elk fokdier minstens een keer per jaar via een eenvoudige bloedtest te laten testen op antistoffen tegen twee gevaarlijke, besmettelijke en ongeneeslijke virusziekten, te weten FIV (kattenaids) en FeLV (virale kattenleukemie).
Bij een aantal verenigingen krijg je zelfs geen stambomen voor je kittens als je geen recente testresultaten van de ouders kunt overleggen. Er wordt hierbij alleen een uitzondering gemaakt voor gesloten catteries (catteries die gebruik maken van een eigen kater die verder ook geen buitendekkingen geeft).
Daarnaast is het testen op de bekende, in het ras voorkomende ziekten en afwijkingen een ethische verplichting die iedereen aangaat die een nestje fokt, ookal is het maar eenmalig. Je hebt als fokker ook de verantwoordelijkheid uit te zoeken welke ziekten er binnen het ras voorkomen en waarop binnen het ras normaal gesproken getest wordt.
Test je je fokdieren niet en blijken door jou gefokte kittens later aan een erfelijke, binnen het ras bekende, ziekte te lijden, dan kun (en zul) je door de kittenkopers aansprakelijk gesteld worden voor de geleden schade.
Buiten het feit dat die kosten hoog op kunnen lopen, is het natuurlijk afschuwelijk om een chronisch ziek dier op je geweten te hebben.
Een enorm lief dier met een prachtig uiterlijk kan jou en de eigenaar enorm veel verdriet opleveren; weet dus waar je prioriteiten liggen.
Dit betekent ook dat je, als je wel test, besluitvaardig zult moeten zijn op het moment dat er een minder goed resultaat terug komt.
Hoe mooi en lief je poes ook is, als je weet dat ze niet voor de volle 100% gezond is, is het niet meer verantwoord met haar te fokken. Lijders en waarschijnlijke dragers van erfelijke aandoeningen worden dan ook meestal uitgesloten voor de fok.

Denk je naar aanleiding van het voorgaande dat je alles in huis hebt om een goede fokker te worden, dan staat in principe niets je in de weg. Doe je huiswerk, verdiep je, zoek een paar goede fokkers die je willen begeleiden en geschikte dieren om mee te beginnen, dan kan je passie uitgroeien tot iets waar je trots op kunt zijn.